You are here

Persooonlijk

Brief

 

 

I never wanted to write these words down for you
with the pages of phrases of all the things we'll never do
So I blow out the candle
and I put you to bed
Since you can't say to me now
how the dogs broke your bone
there's just one thing left to be said

So say hello to heaven, heaven, heaven...

'Say hello to heaven' , Temple of the Dog

hoi Mam,

Met mij, je lievelingszoon. Ja ik weet het, je hebt er maar één op de wereld mogen zetten - daarom eigen ik mij graag die titel toe. Ik schrijf je omdat ik je mis tijdens deze dagen rondom kerst terwijl de westerse wereld en masse gezellig rondom de familietafel kruipt. De verhoudingen zijn bij ons thuis nogal door elkaar geschud sinds ons afscheid, maar dat had je waarschijnlijk al door.

Ik denk nog vaak terug aan ons gesprek bij de haven, weet je nog? Jij had een chocolade milkshake en ik mijn standaard aardbei-smaakje, en je wilde persé ook die van mij. De kanker had zich al vergrepen aan je hersenen op dat punt en je remmingen waren grotendeels verdwenen waardoor je wel héél directe opmerkingen maakte af en toe. Daardoor voelde ik mij ook een stuk vrijer om mijn hart ongezouten te luchten bij je en we hebben zelden zo hard gelachen samen. Het is een fijne herinnering, zoals ik er zoveel koester uit de 41 jaren waarin we onze tijd op Aarde samen hebben kunnen delen. Een deel van mij vind nog altijd dat ik je verraden heb, en ik haat mijzelf om het gevoel van opluchting dat het niet zo ver heeft hoeven te komen dat je je laatste uren in een verzorgingstehuis hebt hoeven door te brengen tegen je wil - omdat ik wel degelijk voelde dat je plotselingen overlijden na ons gesprek een bewuste keuze was. Je hebt het opgegeven, zelf je lot in eigen handen genomen en daardoor in een laatste moment van zelfbeschikking ons verlaten op je eigen voorwaarden.

Dat had je niet hoeven doen, ik zou je namelijk nooit in de steek hebben gelaten. Ik zou bij je gebleven zijn mam, tot aan je laatste snik die ik nu heb moeten missen. Dat doet nog steeds pijn, hoewel ik troost vind in de gedachte dat Pa er al die tijd voor je was. Weet je nog dat je je  in dat gesprek waar ik net aan refereerde hardop afvroeg 'waarom je eigenlijk uitgerekend aan hem was blijven plakken'? Ik weet het antwoord. Niet alleen omdat Pa diep in zijn hart, onder het onvermogen om op een warme manier uiting te geven aan zijn emoties, onder de verdedigingslinie van zijn verbittering en teleurstelling wél gewoon een goed mens is. Toen ik oude foto's aan het doorbladeren was in Maasbracht kwam ik een vergeelde zwart/wit foto tegen van jullie, Pa in een zwart pak met vlinderdasje en jij in een kort rokje, hoofdoekje en een mandje aan een arm. Kan jij je die nog herinneren? Het is een foto van jullie allereerste afspraakje, tijdens Carnaval. Jullie zijn beide nog erg jonge twintigers, de levenslust en verliefdheid spatten er vanaf. Dát is waarom je 'aan hem bent blijven plakken' , ondanks de vervelende dingen die er later nog allemaal gebeurd zijn. Dingen die ieder koppel uiteindelijk moeten doormaken denk ik, maar zoals je weet zijn mijn eigen relaties over het algemeen niet een erg lang leven beschoren en eigenlijk zou ik er daarom verder maar gewoon niets over moeten zeggen.

Ik heb wel een groot deel van mijn respect en bewondering voor Pa hervonden tijdens de laatste maanden van je ziekte. Naast al het melodrama heb ik vooral een liefhebbende echtgenoot gezien die ondanks het feit dat hij zelf kapot was van verdriet zijn uiterste best deed om je te steunen en te verzorgen. Het was af en toe misschien wat onbeholpen maar dat doet op geen enkele manier afbreuk aan wat hij  voor je over had. Ik heb ook voor het eerst gevoeld dat hij ook respect heeft voor de man die ik nu uiteindelijk blijk te zijn en die hij al die jaren niet heeft kunnen zien. Als ik ergens écht spijt van heb zijn het al die hoogoplopende felle en zinloze discussies over politiek, idealen en principes die je in de afgelopen jaren hebt moeten aanhoren. Ik had beter moeten weten en vaker mijn mond dicht moeten houden maar zoals je wel weet is dat niet één van mijn sterktste karaktereigenschappen als mijn hart en overtuigingen in het spel zijn. Het spijt mij van al die verspilde minuten en uren, van iedere seconde die ik met je had kunnen doorbrengen maar het niet gedaan heb. Ik hoop dat je trots op mij hebt kunnen zijn Mam, al is het maar omdat ik mijn idealen en principes nooit verkwanseld heb en nog altijd leef op basis van mijn eigen innerlijke kompas.

Wel worstel ik nog altijd met mijn zus. Ik weet om eerlijk te zijn niet precies wat ik met haar aan moet, en of het wel aan mij is om haar aan te spreken op het feit dat haar woorden en gedrag lijnrecht tegenover elkaar staan. Heb jij eigenlijk geweten dat ik haar vlak na je verjaardag dit jaar volledig de wind van voren gegeven heb over het feit dat ze wekenlang niet op bezoek kwam? Ik was zo ontzettend boos en verdrietig..Het enige dat zij kon uitbrengen was een warrig verhaal over 'behoefte hebben aan een diagnose en tijdsbestek' en dat zij 'het zo ontzettend druk heeft' . Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik misschien wel iets te grof geweest ben tegen haar - maar het effect was meteen waarneembaar. Waar ik nu zo erg mee worstel is dat ik nu weer precies hetzelfde zie gebeuren. Ik ga nog iedere week een volle dag langs bij Pa, om bij hem te zijn en van die achterlijke Vader-Zoon dingen te doen waar ik vaak een schurfthekel aan heb maar waarvan ik weet dat hij er plezier aan beleeft. Vaak kom ik er na zo'n dag achter dat het voor mij stiekem ook wel weer een fijne dag ,was, hoe vermoeiend dan ook verder. Maar vorige week heb ik dus een keer een Zondag overgeslagen, mijn werk is deze weken erg zwaar en ik was gewoon kapot. Zus had al gemeld dat het geen probleem was omdat zij en haar man toch al op bezoek zouden gaan bij Pa, en Pa zelf..nou ja die is vooral bezig met niemand tot last willen zijn. Ik werd echter goed pissig toen ik merkte dat zij, je gelooft t niet, toch zeker 20 minuten van haar drukke tijd heeft weten vrij te maken voor Pa. 20 MINUTEN! Godver ik word alweer boos als ik er aan denk. Als ik dat geweten zou hebben had ik gewoon de auto gepakt en was ik naar Maasbracht gereden. Ik merk dat ik maar weinig begrip kan opbrengen voor haar, en ik weet dat het eigenlijk niet eerlijk is om haar te beoordelen naar mijn eigen standaard. Maar toch..dit vreet aan mij.

Het gaat niet echt goed met Pa, hij is depressief, slaapt slecht en drinkt teveel. Ik vrees dat het niet heel erg lang gaat duren voordat ik weer een begrafenis mag gaan doorstaan en ik zeg je hier en nu: als mevrouw dan ook maar één krokodillentraan laat ben ik bang dat ik haar volledig tot aan de grond ga afbranden voor haar - in mijn ogen - hypocriete gedrag. Maar wie ben ik om mij dat te veroorloven? Wie ben ik om haar te vertellen hoe zij met haar verdriet moet omgaan, haar vrije tijdsbesteding invult en dat zij misschien wel te weinig tijd doorbrengt met Pa? Als ik met deze vragen in mijn hoofd zit mis ik je pas echt Mam. In gedachten zie ik levensecht voor mij hoe je mij aankijkt en alleen maar 'ach Maurice' zucht terwijl de lichtjes in je ogen opblinken. Ik mis die gedachtenwisselingen zonder woorden misschien nog wel het meest van alles.

Er is één ding, één beeld dat ik nog graag met je wil delen voordat ik jou weer even laten rusten - waar je ook bent - en mijzelf weer voor even over geef aan mijn verdriet. Je overlijden heeft namelijk een jeugdherinnering naar boven gehaald die ik nu keer op keer herleef, en waarin ik mij weer heel even dat kleine jongetje 6 toen kan voelen die zich kan koesteren aan de warme huiselijkheid en moederliefde die ik nu moet missen. Het was in de tijd dat we nog geen centrale verwarming hadden in huis, ik denk dat ik in groep 6 zat. Als ik 's winters na drie keer roepen dat ik moest opstaan voor school dan éindelijk uit mijn bed kwam (sommige dingen veranderen nooit, ik heb tot op de dag van vandaag hetzelfde met mijn werk) , mij aangekleed had en beneden de keuken instapte dan had je altijd al de gaspitten van het fornuis voluit branden, de kachel aan en zat je in je lichtblauwe ochtendjas aan tafel op mij te wachten met het ontbijt. Het is dat beeld dat keer op  keer voor mijn geestesoog verschijnt als ik aan je denk, als ik je mis zoals nu. Ik kan de geuren nog ruiken, je ochtendjas en warme gloed nog voelen. En het maakt niet uit dat mijn ogen nog altijd vochtig worden als ik dat moment herleef, het maakt het misschien wel nog mooier dat ik verdrietig en blij tegelijkertijd kan zijn om die momenten die we samen hebben mogen delen.

Ik mis je nog altijd mam, het lijkt alleen maar erger te worden. Er rest mij niets anders te doen dan de herinneringen te koesteren,  en af en toe tegen je te praten zoals nu. Ik hou van je.

Liefs,

M.

 

Ontmoeting

 

 

I won't shiver in the cold
I won't let the shadows take their toll
I won't cover my head in the dark
And I won't forget you when we part

' Collapse the light into Earth' - Porcupine Tree

Krekels. Het geknars van zand onder mijn schoenen. Fluitende vogels. Af en toe knakt er een twijgje terwijl ik het nu al zo vertrouwde bospad af loop. Ik ben diep in gedachten verzonken, de diepe rouw en verdoving van verdriet hebben in de afgelopen weken plaats gemaakt voor..tsja, voor wat eigenlijk? Hier zijn geen woorden voor. Die hoeven er ook niet te zijn. Het is wat het is. Ik sta stil en kijk naar lichte bolling in de bosgrond die de plek markeert waar ik samen met mijn familie- nu al weer enige weken geleden - mijn moeder ten ruste heb gelegd. Dit is niet alleen een plek van de dood, het is ook een plek waar het leven duidelijk aanwezig is.

In de verte hoor ik een kinderlach, een vogel land naast mij en kijkt mij onderzoekend aan voordat hij verderhupt. Ik kom hier graag, om na te denken en te voelen. Beide doe ik meer dan genoeg recentelijk, de gebeurtenissen van het afgelopen jaar hebben hun sporen in mijn ziel overduidelijk achtergelaten. Toch is er ook een innerlijke rust, een rust die ik bij mijn vader en zus om eerlijk te zijn niet terug zie. Het is volbracht. Uiteraard zijn er nog steeds de tranen op gezette tijden, soms geheel onverwacht. Er waren ook dromen, sommige ijzingwekkend realistisch en hartverscheurend pijnlijk. Er is ook nog steeds een glimlach van herinnering.  Ik hoor steeds vaker dat er iets in mij veranderd lijkt te zijn, hoewel niemand het er over eens kan worden wat dan precies. Zelf voel ik die verandering ook - maar ik voel niet meer de behoefte om die te verklaren. Hij is er, dat is genoeg.

Het hete zomerweer van de afgelopen tijd eist haar tol van de bosplantjes die we een plekje hebben gegeven in het rulle zand waar de stoffelijke resten van wat eens mijn moeder was rusten en ik besluit om even naar de nabijgelegen pomp te lopen zodat ik ze kan bewateren. Om mijn heen lijkt de natuur voor even haar adem in te houden, de hete zomeravond drukt zwaar op het boslandschap. Mijn ogen dwalen over de maaskeien met geëtste namen van de mensen die hier hun laatste rustplaats hebben gevonden. Achter iedere naam schuilt een verhaal van leven, van verloren en hervonden liefdes, van verdriet en geluk, van de dood.. Iedere naam vertegenwoordigt een micro-kosmos aan belevenissen en de natuurlijke cyclus die al wat leeft moet doormaken. Godverdomme, weer geen gieter bij de pomp.

Ik kijk om mij heen en mijn ogen ontmoeten die van een wat oudere vrouw, lijnen van verdriet in haar gezicht. Er is even een blik van een onuitgesproken wederzijdse verstandhouding, het gedeelde verdriet van een verlies. Ze draagt een gieter met zich mee die onder de pomp verdwijnt om gevuld te worden.

"Wat een fijne plek om te zijn, vind je niet?" Opent zij het gesprek. Ik knik. " Ja, ik kom hier graag. De natuurlijke cyclus is hier zo overduidelijk aanwezig, leven en dood ontmoeten elkaar hier. Ik had niet verwacht hier zoveel rust te vinden om eerlijk te zijn." In de verte ontwaar ik een meisje van een jaar of zestien dat enigszins ongemakkelijk staat te wachten op de oudere vrouw met wie ik in gesprek geraakt ben. Te jong om haar dochter te zijn, een kleindochter misschien? "Kom je hier al lang?" Ik schud mijn hoofd. "Mijn moeder is afgelopen Juli pas overleden, ik probeer iedere week even langs te gaan maar woon nogal ver weg. "  " Ach, je moeder? Gaat het een beetje?" Nu ik haar gezicht wat zorgvuldiger bestudeer realiseer ik mij dat deze vrouw ten hoogste een jaar of tien jonger is dan mijn moeder was toen zij overleed. "Ik weet het niet. Ik weet niet wat ik moet voelen. Het doet pijn, ik mis haar verschrikkelijk..maar ik ga door. Ik moet wel. De aarde is niet gestopt met draaien, en mijn verdriet hoort bij mij in het hier en nu. Mensen lijken stomverbaast dat ik niet een mentaal wrak geworden ben, maar..dat is gewoon niet zo. Ondanks het verschrikkelijke besef dat ik haar voor eeuwig zal moeten missen is er ook een gevoel van berusting. Misschien moet de echte klap nog komen, maar iets in mij zegt dat dat niet zo gaat zijn."

Een fletse glimlach trekt over haar gezicht. " Kwam je voor de gieter? Ik heb hem nog even nodig maar daarna is hij van jou als je wil.."

We lopen samen over het bospad richting wat het meisje dat ik al eerder zag staan, ik zie nu dat zij bij een redelijk nieuw graf staat. Prachtig verzorgt, de klimop heeft het al ruimschoots weten te overwoekeren. Ik lees de naam en de geboorte- en sterfdatum die in de maaskei geetst staan en schrik heel even. Hier ligt een man die nog geen 38 was toen hij overleed - te jong om haar partner te zijn. De vrouw vangt mijn blik op en even trekt er een  schaduw over haar gezicht . " Mijn zoon..37 jaar en op een ochtend niet meer wakker geworden. Gewoon, zomaar." 

Het gesprek gaat verder, over het leven en de dood. Over de plek die de dood inneemt in het leven van de mensen die achterblijven. Over de schuldgevoelens, de had ik maars en kon ik maars die iedereen die achterblijft kent. Het meisje loopt weg terwijl we doorpraten en de vrouw de beplanting van broodnodig levenswater voorziet. " Zij heeft het er nogal moeilijk mee, mijn zoon had geen kinderen maar hij was haar favoriete oom. Dit is de eerste keer in haar leven dat zij hiermee geconfronteerd wordt." Peinzend kijk ik haar na. Jong genoeg om mijn dochter te zijn..

We lopen gezamenlijk weer terug naar de pomp , de vrouw hervult de gieter voordat zij deze doorgeeft aan mij. "Dit gaat misschien vreemd klinken, maar mag ik je de hand schudden? Dat voelt goed. Het spijt mij als dit ongemakkelijk voelt.."  Als vanzelf zet ik de gieter neer en doe een stap naar voren. Voordat ik het weet vallen we in elkaars armen, schokkend van de tranen en het verdriet. En dan komt de realisatie : deze vrouw en ik : we zijn elkaars spiegelbeeld. Ik ben haar zoon, zij is mijn moeder. We vinden in elkaar wat we zo verschrikkelijk moeten missen. We klampen ons aan elkaar vast in onze gedeelde ervaring, ik heb geen idee hoe lang. Als we elkaar loslaten is het alsof er een last van mijn schouders valt. " Bedankt" fluistert ze. "Dit was voor mij net zo bijzonder als voor jou.." stamel ik.

Nog even kijken we elkaar aan , wisselen een ongemakkelijke afscheidsgroet uit en gaan beide onze eigen weg. Als ik nog even om kijk zie ik ook bij haar die net iets rechtere rug en stevigere stappen die ik bij mijzelf voel.

Bespiegelingen , realisaties en klaagzangen

 

 

Generally we are a lonely people
Generally we are alone
Generally we are alone in lonely worlds
Generally we are a lonely people
Generally we are alone, alone…
Generally we are alone in lonely worlds
Generally we are a lonely people
...Generally we are alone
Generally we are alone.


Peace to you

'Feather' , Devin Townsend

Terwijl de donder traag en dreigend over mij heen rolt  staar ik naar het wegdek dat helverlicht wordt door de koplampen. Als vanzelf controleer ik mijn spiegels en geef richting aan terwijl mijn gefragmenteerde gedachten  en emoties alle kanten opvliegen als de regendruppels die uiteenspatten op de voorruit. Dit...dit is slecht nieuws. Dit is HEEL slecht nieuws. En opeens is er die herinnering, levensecht voor mijn geestesoog. Ik ben nu de man in huis, nog niet de pater familias maar dan ook alleen maar in naam niet. De tijd is aangebroken om terug te geven wat mijn ouders tijdens mijn eerste levensjaren aan mij hebben geschonken, mijn onvoorwaardelijke steun en liefde.

Er zijn van die momenten waarvan iedereen weet waar hij of zij was toen het nieuws bekend werd. Ik heb al verschillende van dergelijke momenten meegemaakt tijdens mijn leven , van het ontploffen van de Challenger (ik was 11 en in de woonkamer van mijn ouderlijk huis, ik stond tussen de eetkamertafel en de bank in) via de val van de Berlijnse Muur (ik zat in een fauteuille voor de Tv in mijn ouderlijk huis) en de aanslagen in de VS in 2001 (ik zat in de smartshop waar ik toen werkte aan de balie achter mijn Pc) tot aan de moord op Pim Fortuyn (ik was aan het werk op de Amerpoort en was in de gedeelde woonkamer aan het opruimen). Er is nu dus nog een moment bijgekomen : het moment waarop ik hoorde dat mijn moeder zal gaan sterven. Ik zat op de bank, in mijn eigen woonkamer in mijn eigen huurwoning. Het is bijna grappig hoe al die momenten zo achter elkaar gezet niet alleen het verhaal van mijn generatie vertellen, maar ook mijn eigen verhaal.

De emoties en beelden blijven door mijn hoofd tollen terwijl ik de vertrouwde A2 richting Utrecht  afzoef. Het beeld van mijn moeder in het ziekenhuisbed, fragiel en murw van de mentale shock. Mijn vader, die ik nog nooit eerder zo hulpeloos en wanhopig gezien heb. En beide kijken ze naar mij voor hulp, voor troost, voor leiderschap. Ik kan dit. Ik moet dit kunnen.  Het is tijd om een Man te worden en te zijn,tijd om niet alleen mijn eigen leven op orde te brengen en te houden - maar ook om mijn ouders te steunen en te begeleiden tijdens deze donkere reis die maar één mogelijke bestemming heeft, geen restitutie mogelijk.

En hoewel ik mij voor het eerst in mijn leven misschien zelfs wel echt eenzaam voel (niet te verwarren met alleen zijn, daar heb ik nooit problemen mee gehad) voel ik tegelijkertijd een innerlijke veerkracht opborrelen die ik in tijden niet door mijn aderen heb voelen vloeien. Het moment is daar, de puber is eindelijk dood - hier is de Man.

 

 

Blokkade (reprise)

 

 

Ticking away the moments that make up a dull day
You fritter and waste the hours in an offhand way.
Kicking around on a piece of ground in your home town
Waiting for someone or something to show you the way.
Tired of lying in the sunshine staying home to watch the rain.
You are young and life is long and there is time to kill today.

And then one day you find ten years have got behind you.
No one told you when to run, you missed the starting gun.

So you run and you run to catch up with the sun but it's sinking
Racing around to come up behind you again.
The sun is the same in a relative way but you're older,
Shorter of breath and one day closer to death.
Every year is getting shorter never seem to find the time.
Plans that either come to naught or half a page of scribbled lines
Hanging on in quiet desperation is the English way


The time is gone,
the song is over,


Thought I'd something more to say.

~Time , Pink Floyd ( Dark side of the Moon )

 

Ooit, inmiddels 8 jaar geleden ben ik dit blog begonnen als een experiment. Schrijven doe ik al mijn hele leven, en ik wilde graag een soortement van online verzameling aanleggen van mijn schrijfsels. De toon werd eigenlijk al vanaf de allereerste post gezet, dit blog bleek de perfecte plaats om het gevecht met mijn innerlijke demonen en plein public uit te vechten. Veruit de meeste van die gevechten heb ik denk ik uiteindelijk wel gewonnen, sommige waren een gelijkspel en een enkel gevecht heb ik verloren - en dat is geen schande.
 
Toch, enige tijd geleden - om precies te zijn rondom mijn eerste Thailand blogs - begon ik een innerlijke weerstand te voelen die ik nog nooit eerder bij mijzelf bemerkt had. Ik weet nog goed dat ik jaaaaaaaaaaren geleden met mijn toenmalige beste vriendin een ontzettend diep en intens gesprek voerde over het schrijven, en over mijn probleem dat ik alleen echt goed schrijf als ik emotioneel volledig kapot ben. Er was een specifieke serie postings die ik aan het schrijven was op dat moment waarbij de laatste post maar niet kwam, iedere keer als ik begon ... kwam er niets. In dat gesprek kwam ik tot het verhelderende inzicht dat mijn hele ' gekwelde kunstenaarsact' meer tegen mij werkte dan dat er iets moois uit leek te ontstaan. Ginnegappend noemde ik dat indertijd het Kurt Cobain syndroom, met de kanttekening dat ik daadwerkelijk ' don' t have a gun '. Ik realiseerde mij plots dat het voor mij als mens en schrijver echt totaal contraproductief is om mijzelf naar een donkere emotionele plek te moeten brengen om te kunnen schrijven. Het levert alleen maar een enorme berg en zwaar emotionele bagger op - en ik ga eerlijk zijn : een deel van die bagger is echt fucking goed geworden! - en heeft er voor gezorgd dat ik een innerlijke weerstand ben gaan opbouwen tegen het schrijven an sich.
 
Los daarvan : je bent een schrijver van niks als je alleen kan schrijven als je er helemaal doorheen zit.
 
Zoals hieronder te lezen valt heb ik helaas nooit een weg hier omheen gevonden. Mijn reisverhalen vormen achteraf bezien een kroniek van mijn pogingen om een echt, oprecht verdriet te vertalen in een serie verhalen die misschien dan wel treurig van aard zijn  maar alsnog gericht zijn op de toekomst, het licht aan het einde van de tunnel, de opkomende zon na een lange winternacht. Met wisselend succes.
 
En nu? Nu heb ik de langste writersblock ooit. Genoeg ellende in de afgelopen jaren (zie mijn laatste twee postings :P ) maar .. er komt niets.
Maar nu is opeens alles anders. Ik sta aan de vooravond van een reis die iedere volwassene in zijn of haar leven een of twee keer zal moeten doormaken. Ik ben kapot, kapot van verdriet , kapot van de lange weg die ik voor mij zie. Kapot van het naderende afscheid dat met de snelheid van het licht op mij afkomt. Radeloos, wanhopig, stuurloos.
 
En plots is zij daar weer : mijn Muze, de helleveeg die aan haar ketenen rammelt in een poging om los te breken. En ik denk dat ik haar laat gaan, ik wil haar grenzeloze inspiratie weer door mijn aderen voelen razen, ik wil weer met mijn ogen wijd opengesperd over de donkere rand van de afgrond heen springen in het onbekende en kijken wat het oplevert. Zien dat de woorden weer rechtstreeks op mijn scherm terechtkomen zonder dat " ik "  daar ogenschijnlijk ook maar enige invloed op kan uitoefenen.
 
Het is nooit mijn bedoeling geweest om van dit blog een klaagbaak te maken, en ik hoop dat het dat in de ogen van een toevallige lezer ook niet is. Het is eerder een weergave van mijn innerlijke Odyssey en Ilias, maar wees gewaarschuwd :
 
Ik vrees dat ik nu pas echt de inktzwarte nacht induikel. En ik kan alleen maar hopen dat ik mijn innerlijke dramaqueen ver genoeg heb weten te temmen zodat zij mij niet meer dwars gaat zitten.
 
To be continued...
 
 
 

Vonnis

There should be a word for that brief period just after waking when the mind is full of warm pink nothing. You lie there entirely empty of thought, except for a growing suspicion that heading towards you, like a sockful of damp sand in a nocturnal alleyway, are all the recollections you'd really rather do without, and which amount to the fact that the only mitigating factor in your horrible future is the certainty that it will be quite short.
~ Terry Pratchett, Mort

Toen ik naar aanleiding van de eerste serie onderzoeken voor de 2e keer binnen een week mijzelf terugvond in de behandelkamer van "mijn" oogarts was mijn gemoedstoestand op zijn zachtst gezegd enigszins bedrukt. In principe had ik de uitslag niet nodig om mij te vertellen wat ik al lang wist : op drie dagen tijd was ik zo goed als het complete zicht in mijn rechteroog kwijt geraakt. Voor goed.

Ik bestudeerde het gezicht van de (bovengemiddeld aantrekkelijke, dat dan weer wel) vrouw tegenover mij zorgvuldig terwijl ze zich hakkelend door haar analyse heen werkte, duidelijk niet op haar gemak vanwege de slechte boodschap die ze te brengen had. En ik? Ik wachte rustig op de woorden die ik in mijn hart allang kende maar die mijn verstand niet wilde horen : Slechte prognose. Geen behandeling mogelijk. Naar alle waarschijnlijkheid functioneel blind. Drie zinnen die tesamen het vonnis vormden die vanaf nu een vaststaand feit zijn geworden.

Artsen (en ik heb er inmiddels al wat leren kennen in de afgelopen jaren) hebben ieder zo hun eigen stijl, en deze vrouw had iets zachts en breekbaars in haar fermheid - wat ik erg kon waarderen (en dan niet alleen vanwege de 'chickie' factor). In sommige opzichten leek het gesprek voor haar zwaarder te vallen dan voor mij, achteraf bedacht ik mij dat het uiteraard ook niet vaak zal voorkomen dat ze een relatief jong iemand  dergelijk slecht nieuws moet overbrengen. Mijn case zal wel besproken worden op een congres van oogspecialisten vanwege de zeldzaamheid van de aandoening - andere mensen winnen de loterij, dit is wat het leven mij toe werpt. En dat kan ik zonder enige vorm van cynisme schrijven merk ik met enige verbazing.

Ik ben een beetje moe van alle gesprekken die ik hierover met alles en iedereen schijn te moeten voeren. Ja, ik kan er vooralsnog redelijk mee omgaan. Maar het continu hervertellen van hetzelfde verhaal, de continue stroom van sympathie en medelijden - het is vermoeiend. De complimenten over hoe ik hier mee om weet te gaan vallen - hoe goed bedoeld en gemeend dan ook- mij inmiddels ook wel zwaar.

Ik ben geen fucking heilige alleen maar omdat dit hele gedoe mij niet gereduceerd heeft tot een armlastig hoopje ellende dat jankend in bed blijft liggen de hele dag. Nee. soms merk je helemaal niets aan mij, maar ja ik heb mijn donkere momenten en gedachtes écht wel. Maar dat zijn de dingen die mensen helemaal niet willen horen omdat het ze compleet uit hun comfort zone zou halen en ze niet meer zouden weten wat te zeggen of te doen. Soms voel ik de neiging om eens écht te zeggen wat ik denk en voel, over dat specifieke moment dat ik mij realiseerde dat na 13 jaar mijn oog de strijd opgegeven had en ik bijna mijn zelfbeheersing verloor in een vlaag van ongerichte woede op alles en niets. Of over de ochtenden dat ik mijn ogen niet open wil doen en wel kan janken omdat ik weet dat het eerste wat ik zie het gigantische verschil in zicht tussen mijn twee ogen zal zijn. Of over die keren dat ik opsta uit bed en prompt mijn evenwicht verlies omdat mijn hersenen de input nog niet kunnen verwerken. Of misschien wel die ene zwartgallige avond met iets teveel alcohol in mijn systeem waarop ik diegene die mij dit in eerste instantie heeft aangedaan vervloekt heb tot in de binnenste cirkel van de hel aan toe - terwijl ik niet eens gelovig ben.

Dat is allemaal eigenlijk ook niet relevant. Ik heb inmiddels al geleerd dat het niet uit maakt wát je in je leven allemaal tegen komt, het is hoe je er mee omgaat. Dat is een levensles die ik al gehad had, en het zijn momenten als deze die de lakmoes proef zijn voor je levenshouding en idealen. Misschien is dit wel de volgende les die ik te leren heb : het is verdomde moeilijk om je niet in een slachtofferrol te wentelen als je daadwerkelijk een soort van slachtoffer bent. Ik geef niet toe, wat er verder ook nog op mijn pad komt. Mijn schaduwkant en ik, wij zijn door de jaren heen dikke matties geworden en komen hier samen wel uit. Wat het voor de toekomst inhoud behalve nog een shitload aan ziekenhuis bezoekjes? Geen idee. Het enige dat ik zeker weet is dat ook dit mij niet zal breken, ik ga door.

Zoals altijd.

 

 

 

Dagboek van een Reiziger : Epiloog

"These memories of who I was and where I lived are important to me. They make up a large part of who I’m going to be when my journey winds down. I need the memory of magic if I am ever going to conjure magic again. I need to know and remember, and I want to tell you.”
Robert McCammon, Boy's Life

 

Tsja. Er rest mij nog één verhaal dat ik wil vertellen met betrekking tot mijn Thailand avonturen, maar waar ik tot nu toe niet de moed voor heb weten te vinden. En toch, toch moet en hoort het hier te staan. Het is het noodzakelijke einde.

De laatste week van mijn trektocht door Thailand brachten we met zijn drieën door op het prachtige Ko Payam, zoals ik al eerder schreef. Foto's doen de prachtige natuur, de azuurblauwe zee en de perfecte stranden geen recht, het is misschien wel één van de mooiste plekken op aarde. Toch is het nog een relatief rustig eiland, de meeste toeristen kiezen voor de wat bekendere feesteilanden waardoor de sfeer op Ko Payam veel gemoedelijker en rustiger is. 's Avonds gaan de generatoren gewoon uit (geen stroom meer!) waarna het zingen van de krekels het enige geluid is dat je hoort terwijl je lui achterover in je hangmat nog even een boek leest. Douchen doe je onder de sterrenhemel met regenwater dat de hele dag in de tropische zon heeft kunnen opwarmen en met betrekking tot vervoer heb je twee opties : lopen of een scooter zien te huren in het enige echte 'dorpje' dat het eiland rijk is. Toch merkte ik na een dag of twee op dat er een donker rouwrandje kleefde aan dit aardse paradijs, duidelijk zichtbaar als je maar weet waar je moet kijken.

Misschien herinner je je de beelden van de verwoestende tsunami tijdens de tweede kerstdag 2004 nog van tv, het was namelijk nogal een big deal indertijd. Een ramp waarbij 230.000 mensen zijn omgekomen, de het grootste deel hiervan in Indonesië en Thailand. Ko Payam ligt aan de westkust van Thailand en lag dus midden in het spoor van vernieling dat deze natuurramp achter  zich liet. En inderdaad, in de junglebegroeïng die alles heeft weten te overwoekeren in de tussenliggende jaren zie je overal de littekens. Boomstompen, resten van de vroegere bebouwing, en -het blijft Thailand- voorouderaltaars waar een zeegodin de centrale rol speelt. De paar locals met wie ik sprak hadden allemaal mensen verloren die Kerst. Het bleek dat het meerendeel van de huidige bewoners - een stuk of 200 - allemaal familieleden waren van de oorspronkelijke bewoners van het eiland. Van de mensen die in 2004 op Ko Payam woonden was namelijk helemaal niemand meer in leven, behalve een aantal geluksvogels die niet daadwerkelijk op het eiland verbleven toen het noodlot toesloeg. De mensen die nu de lokale bevolking vormden waren vaak neven of kinderen van de oorspronkelijke bewoners die naar het eiland gekomen waren om daar een nieuw bestaan op te bouwen in de voetstappen van hun voorgangers.

Ik merkte tijdens deze laatste ogenschijnlijk ontspannen week dat ik door mijn eerste rouwfase heen leek te zijn, de initieële shock die de dood van mijn trouwste vriend had veroorzaakt had plaats gemaakt voor een intens verdriet en het rationele besef dat het tijd werd om de draad -voorzichtig-  weer op te pakken. Terwijl de dagen voorbij vlogen in een aangename afwisseling van snorkelen, wandelen, luieren en drinken met Anne en Patrick begon ik ook al voorzichtig vooruit te kijken naar mijn terugkeer naar Nederland. Terug naar mijn vrienden, Selene, en dat huis waar al die herinneringen op mij lagen te wachten. Ik begon ook wat slechter te slapen en lag uren lang naast Anne in bed (handjes boven de dekens) naar het bamboo plafond van onze bungalow te staren terwijl de gedachten door mijn hoofd vlogen. Pepper. Werk. Alleen zijn. Geen richting, geen focus. Tijdens mijn op één na laatste nacht op het eiland (Anne en Patrick zouden nog een paar dagen langer blijven) was ik het piekeren zat en besloot om voor een nachtelijke wandeling op het strand te gaan om op die manier mijn hoofd wat leger te maken zodat ik nog wat slaap zou kunnen meepakken voordat de zon opkwam. Mijmerend en genietend van de prachtige sterrenhemel kwam ik als vanzelf op het strand terecht, waar ik het mijzelf gemakkelijk maakte om wat water te drinken en te roken terwijl de volle maan recht  boven mij majestues de oceaan in een sprookjesachtig licht zette.

Ik dacht aan Pepper en ik begon als vanzelf te huilen. Nooit meer zou ik hem kunnen aaien, knuffelen of mijn gezicht diep in zijn vacht begraven en aan hem ruiken. Nooit meer die kwispelende staart als ik thuis kwam van mijn werk. Nooit meer zijn warme lijf tegen mij aan in bed. Nooit meer die koude neus tegen mijn hand. Nooit meer, nooit meer, nooit meer.. En toen was er opeens achter mij een zacht gekraak aan de rand van de jungle. Ik keek om en zag door mijn tranen heen een zwerfhond met twee puppies er achteraan tussen de bomen en struiken door mijn kant op komen. Moeder stopte even, keek mij scherp aan met haar neus omhoog om even te ruiken wie ik was en liep vervolgens in een rechte lijn naar mij toe met de pups er vlak achter. Toen ze voor mij stonden gebeurde er opeens iets dat ik nooit, maar dan ook nooit meer zal vergeten. Mama pakte één voor één de pups voorzichtig bij het nekvel om deze vervolgens op mijn schoot te laten vallen, waarna ze er met haar neus nog even voor zorgde dat ze goed lagen. Als vanzelf begon ik die krioelende  levende hoopjes op mijn schoot te aaien terwijl de tranen nog harder over mij wangen begonnen te rollen. Dit - dit was teveel. Dit was te perfect.

Ik heb er geen idee van hoe lang ik die nacht nog op het strand heb gezeten met de pups op mijn schoot. Het moet uren geweest zijn, achter mij zag ik de nachthemel al langzaam verbleken tot wat binnen een uurtje het ochtendgloren zou zijn. Mijn tranen waren op dat punt allang opgedroogd, alles was er - letterlijk - uit. En nog steeds waren er die twee vertederende puppies die op mijn schoot in slaap gevallen waren terwijl mama voor mij tegen mijn voeten aan lag te slapen.

Weet je , ik geloof niet in god. Nooit gedaan ook. Mijn dagen als psychonaut hebben mij wel een hang naar het spirituele en magisch filosofische meegegeven, hoewel ik in principe een volstrekte atheist ben. Ik zie mijzelf als open minded. Toch heb ik er moeite mee om de gebeurtenissen van die nacht een plekje te geven en ze te kunnen duiden, het is namelijk iets dat je in een roman leest en waarbij je je ogen even naarboven rolt terwijl je 'yeah..right' mompelt. Maar ik zweer het op alles wat mij lief is : dit was echt. Dit was het moment waarop er iets in mij heelde.

 

Dit was het begin van de lange weg terug naar huis.

 

 

Re-animatie

 

Did I cry for help when the dam burst?
Did my silence just make you feel worse?
Was it hard to get by without me?

Or did you just forget all about me?

 

Reanimation
Is working on me

Reanimation
Is working on me
Don't ask me where I've been
Don't ask me where I've been
Just glad it's happening
Just glad it's happening

(Reanimation - the Bevis Frond)

Je kan zeggen wat je wil, maar cliffhangers schrijven om vervolgens een jaar lang te verdwijnen is een kunst die ik tot in de puntjes lijk te beheersen..Wordt vervolgd.

 

Dagboek van een reiziger : Fear and loathing in Chiang Mai

 

“Mit Kummer, und doch auch mit Lachen, gedachte er jener Zeit.”
~ Hermann Hesse, Siddhartha

 

Uit mijn notities:

 

 Vandaag was een goede dag. Chiang Mai is fantastisch, de stad 'voelt' als een kruising tussen Parijs en Amsterdam met een vleugje oosterse mystiek. Ik hou van deze stad!

Fear and loathing in Chiang Mai : volgens mij heb ik afgelopen nacht voor het eerst in mijn leven gehallucineerd van een voedselvergifting. En dan nu de 'ham'vraag : waren het de paddestoelen of was het toch het vlees?

Op iedere plek waar ik kom ontmoet ik wel iemand die een onuitwisbare indruk weet achter te laten. Prachtig. En het verhaal dat ze te vertellen hebben sluit altijd op de één of andere manier perfect aan op dat van mij, ik had het zelf niet beter kunnen bedenken.

 

Chiang Mai is een heerlijke stad om een aantal dagen te spenderen, vooral als je een slaapplaats in het oude centrum weet te bemachtigen. Gelukkig deelden Anne en ik de voorliefde voor het op de bonnefooi reizen, we hadden dus ook niets geboekt. Toch wisten we na aardig wat 'er is geen plaats voor de herberg maar wel in de stal' scenario's via een aardige Thaise vrouw nog een prima kamer te regelen , en dat zonder dat we werden afgezet of dat zij er iets voor in ruil wilde aannemen. Geloof in de mensheid : hervonden! Het oude centrum ademt de sfeer uit van de kunstenaarswijken in Parijs of het centrum van Amsterdam (en dan doel ik niet op het Leidse plein) , met een stevige dosis van wat Thailand uniek maakt. Het was wel even wennen na de betrekkelijke rust in Ayutthaya, Chaing Mai is namelijk in alles een levende, bruisende stad. Hier geen halfvergane ruïnes maar de Thaise cultuur in een bloeiperiode met die mengelmoes van oude en nieuwe gewoontes waar ik zo ben van gaan houden. Je ziet er volledig traditioneel geklede monnikken met Ipads en smartphones, meisjes in schooluniform die in een internetcafe WoW zitten te spelen en je koopt er net zo makkelijk een  breedbeeld tv als een authentieke boedhistische amulet. Talloze kleine winkeltjes en restaurantjes kijken uit op de gracht die al meer dan zeven eeuwen het oude centrum omsluit. In het centrum alleen al liggen 36 tempels, in zijn totaliteit schijnen er meer dan 300 tempels in en om de stad te liggen. En in tegenstelling tot de tempels die ik tot nu toe had bewonderd waren deze tempels in ieder geval nog grotendeels intact, verreweg de meeste zijn dan ook nog gewoon in gebruik.

Anne bleek een ideale reispartner. Beide hadden we behoefte aan een maatje om mee te sparren en te delen, maar ook aan ruimte en rust om alleen te kunnen zijn. Tijdens de zes dagen die we in Chiang Mai doorbrachten ontwikkelde zich al vrij snel een patroon waarin we samen tijd namen om de prachtige oude stad en haar tempels uitgebreid te bezichtigen, kleine winkeltjes met hebbedingetjes af te lopen en samen te genieten van onze avondmaaltijd.

Ik merkte dat ik naarmate de dagen vorderden steeds meer begon te schrijven over wat mij bezig hield. En naarmate ik meer begon te schrijven begon langzaam maar zeker mijn perspectief subtiel te verschuiven van mijn alledaagse 'ik zie dus ik ben' houding naar een wat subtielere 'ik neem waar dus ik schrijf' variant. 's Avonds zwierf ik over de zachtverlichte straten op zoek naar verhalen in een wat naieve poging tot het kanaliseren van alle indrukken en ervaringen die mij ten deel vielen. Het grauwgrijze gordijn van pijn en de bijbehorende verdoving begon langzaam maar zeker plaats te maken voor een gevoel van berusting en misschien zelfs wel opwinding, de aangename buikkriebels die horen bij het ervaren van iets nieuws. Er waren tal van ontmoetingen met interessante, diepzinnige en soms vreemde mensen. Gesprekken over reizen, liefde, de dood, filosofie en het alom vertegenwoordigde Boedhisme.

Ik ben -denk ik in ieder geval op dit punt in mijn leven- een atheïst die open staat voor het spirituele zonder daar persé een religieuze betekenis aan toe te kennen. Voor mij zijn filosofie en spiritualiteit beide een afspiegeling van het zoeken naar de Waarheid, een waarheid die misschien wel te complex is om te bevatten. Toch vonden Anne en ik ons iedere avond terug in een specifieke tempel ( Wat Phra Singh ), waar we even de tijd namen om te zitten en te mediteren terwijl de rust en atmosfeer van deze specifieke tempel op en om ons heen neerdaalde.

Er was één specifieke avond waarop mij iets overkwam dat tot op de dag van vandaag als een soort van echo weerkaatst in mijn psyche, het soort ervaring dat ik niet anders kan betitelen dan 'mystiek' , met een beetje goede wil misschien zelfs wel 'magisch' . Terwijl we op blote voeten naar binnen liepen zagen we dat de mis  net begonnen was, en na het schieten van een aantal foto's (zie boven) zocht ik een plekje vooraan en nam plaats in de lotushouding. Na een tijdje begon ik wat eenvoudige ademhalingsoefeningen te doen met gesloten ogen terwijl ik mijn geest liet meedrijven op het geluid van de zacht gemurmerde mantra's van de monikken. In-vasthouden-uit. In-vasthouden-uit. Plots vond ik mijzelf terug op een groen begroeide berghelling onder een strakblauwe lucht. Het was warm, maar aangenaam warm als een lentedag in Juni. Aan de horizon zag ik besneeuwde bergtoppen liggen die een schril contrast vormden tegen de eindeloze grasvlakte waarop ik mij bevond. Als vanzelf begon ik rondjes te draaien, sneller..sneller..En toen was er plots een explosie, een mentaal orgasme van vreugde en extase. Ik voelde mij vreemd licht, maar mijn voeten raakten nog altijd in een razend tempo de grond om mijn draaiende momentum gestalte te geven..En toen wist ik het opeens. Het was weg. Alle zaken die mijn stemming drukten, de rouw, de pijn, de eenzaamheid, de zelfhaat..Weg. Ik was waarlijk Vrij.

Na wat voelde als uren maar wat niet meer dan twintig minuten geweest kan zijn opende ik mijn ogen en vond mijzelf terug in de tempel, volstrekt ontspannen. Dit was het keerpunt, het moment dat de weg weer naar boven zou voeren. Toen we de tempel uit waren vloog Anne mij om mijn nek, 'voelde je dat?'. Ik kon alleen maar glimlachen. 'Ja' . We hielden elkaar even op armlengte vast zodat we elkaar recht in de ogen konden kijken ,   'Het komt allemaal goed' fluisterde Anne verlegen. 'Het is allemaal al goed' , was mijn antwoord.

 

 

Dagboek van een reiziger : Over overpeinzingen, ontmoetingen en de nachttrein

 

 ¨Alles wat ik doe is om te weten wie ik ben."

~ Simon Vinkenoog

 

Uit mijn notities :

Stof tot nadenken, met dank aan gespreksgenoot Patrick. We zaten tot diep in de nacht Changbiertjes te drinken en te praten over de zin van dit alles, toen ik op liet vallen dat ik in sommige opzichten nog erg worstel met mijn verleden, met wie ik was en sommige van de dingen die ik gedaan heb. Mijn relatie met R. speelt daar nog altijd een belangrijke rol in. Patrick keek mij alleen maar aan en zei "Misschien is het in veel opzichten wel noodzakelijk om eerst het negatieve te ervaren en te doorstaan eer je toe komt aan het positieve. Ik ken je nog maar net, maar je komt op mij in ieder geval integer over. Als iemand die graag het juiste wil doen." Ik weet niet waarom, maar ik schoot vol.Blijkbaar had ik het even nodig om te horen dat ik een Goed Mens ben, of op zijn minst probeer te zijn. De dood van Pepper -meer specifiek : mijn beslissing om hem te laten inslapen- drukt blijkbaar behoorlijk zwaar op mijn gemoed. Zo zwaar dat ik begin te twijfelen aan mijn eigen intenties in ..zeg maar alles. Ook met betrekking tot R.

File under : nader onderzoek vereist

(...)

Honderden, duizenden Boeddha's . Allemaal onthoofd, verminkt of compleet verwoest. Ik voel mij als een personage uit een post-apocalyptische film, of misschien wel een Indiana Jones on Acid. Het contrast tussen de vergane luister en de levende stad is schrijnend. In het midden van de stad liggen twee complexen naast elkaar gescheiden door een drukke verkeersweg. Overal tentjes met Thai die je van alles proberen aan te smeren (op een , hoe kan het ook anders, vriendelijke manier) met op de achtergrond de ruïnes van wat twee waanzinnig mooie tempelcomplexen geweest moeten zijn, ooit. Ik ben totaal verbluft, dit is iets dat mijn verstand eenvoudigweg niet kan bevatten.

(...)

 

Volgende stop : Chiang Mai. Na Bangkok de grootste stad van Thailand. Ik hoop dat de sfeer er meer van Ayutthaya dan van Bangkok heeft, anders ben ik er de volgende dag al weer weg. Oh ja, ik heb een reisgenote : ein hüpsches Deutsches mädel die luistert naar de naam 'Anna' . Mental note to self : handjes thuis!

Over de verpletterende indruk die het historische hart van Ayutthaya bij mij heeft weten achter te laten kan je elders al lezen, het is dus zinloos om daar nog verdere woorden aan te wijden. Daarnaast markeerde deze tussenstop op mijn weg door Thailand namelijk wat ik achteraf alleen maar kan beschrijven als de eerste stap naar wat je met een beetje goede wil het herstelproces van een uitputtende, emotionele periode zou kunnen noemen. De dood van Pepper vormde een belangrijk onderdeel (letterlijk : het eindpunt) van de emotionele achtbaan waarin ik mij in de afgelopen jaren terugvond. De schrikmomenten die ik ervaren heb met betrekking tot de gezondheid en het welzijn van mijn ouders vormen een tweede duidelijk markeerpunt, daarnaast was er het plotselinge overlijden van iemand die ik niet alleen in zakelijk opzicht maar ook als persoon erg hoog had zitten. Iemand die in mij geloofde en mij een ongelooflijke kans heeft geboden om te bewijzen wat ik waard ben, wat ik kan zonder enige relevante achtergrond of werkervaring. Om te zien hoe zo iemand in de bloei van zijn leven van de ene op de andere dag kan verdwijnen was confronterend. En als laatste bleef er altijd dat spookbeeld van mijn laatste serieuze relatie als een gloeiende bijna-verschijning op mijn netvlies zichtbaar. Ik wist dat ik mijzelf losgemaakt had ; dat ik alle pijn, verdriet en woede kwijt was... En toch bleef het spoken. Het is niet makkelijk om onder ogen te zien dat je gruwelijk gefaald hebt, dat je over grenzen heen gestapt bent waarvan je jezelf hebt gezworen dat je ze nooit zou overschrijden. En toch, dat is precies wat ik gedaan heb. En net als bij de dood van mijn hondje : het was mijn eigen, wel overwogen keuze.

 

Dit bovenstaande stukje is om aan te geven in wat voor een emotionele gemoedstoestand ik mijzelf terugvond in de tropische hitte van Ayutthaya. De jetlag was inmiddels wel gezakt, maar ik voelde mij nog altijd wegglippen in die emotionele staat van verdoving die ik zo goed heb leren kennen in de afgelopen jaren. Ik verwelkomde die verdoving als een oude vriend, het niet hoeven te voelen was erg fijn. Tegelijkertijd was er dat fluisterende stemmetje in mijn achterhoofd : doe iets. Sta jezelf toe om te voelen. Geef niet toe aan je verlangen de veilige rust van afgestompte emoties. Leef. Doorleef. Geef jezelf iedere dag volledig, zonder enig voorbehoud. Deel. Reflecteer. MENS, LEEF!! (die laatste is vrij vertaald van Nietzsche als ik mij niet vergis)

Tijdens mijn eerste nacht in Ayutthaya had ik - mede door bovenstaande gedachtes die als een (wel) rijdende Fyra door mijn hoofd raasden- nogal wat problemen om in slaap te vallen. Voor mijn vertrek had ik mijn mp3speler volgezet met muziek, en als vanzelf begon ik te luisteren naar 'Ja!' van het Vinkenoog/Spinvis combo (wat overigens een briljante plaat is , maar dat terzijde). Aangekomen bij het titelnummer kwam Simon zelf binnen als een mokerslag, met woorden die over de rand van zijn graf heen mij wisten te bereiken :

Ja! Tegen het jungleavontuur
Ja! Tegen de herinnering
Ja! Tegen de kracht der verbeelding
Ja! Tegen het avontuur van de kunst
Ja! Tegen de malaise en misère
Ja! Tegen het leven
Ja! Tegen het hoogste woord

~Simon Vinkenoog & Spinvis - Ja!

Waarom was ik opgehouden met 'Ja' zeggen tegen het leven? De rouw en het verdriet zouden juist eerder een inspiratiebron moeten zijn om het leven te omarmen, had ik dan daadwerkelijk helemaal niets geleerd in de 37 jaar die ik op deze kneuterige kleihoop in een vergeten uithoek van het universum rondgewandelde? Dit besef frustreerde mij alleen nog maar meer omdat dit nu net het punt was waar ik keer op keer tegen een muur aanliep. En die muur bleek harder, hoger en steviger dan alle muren die ik tot nu toe was tegengekomen in mijn leven. Ik zag waar het misging, ik wist wat dit betekende en wat ik er aan zou moeten doen..maar ik zag geen enkele uitweg meer. Om mij heen  zag ik mensen -en uiteraard Pepper- wegglippen uit mijn leven, soms overgeleverd aan de dood ; vaak uit desinteresse of praktische overwegingen. En ik keek toe, analyseerde, haalde mijn schouders op en ploegde verder tegen de emotionele orkaan in. Doodrationaliseren, dat is inmiddels wel een karaktereigenschap die ik aan mijn palet van vaardigheden en kernkwaliteiten kan toevoegen met het stempel 'expert' er opgeplakt.

En toen kwam op mijn tweede ochtend in Ayutthaya Anne mijn leven binnengehuppeld. Zo ongeveer letterlijk ;-) . Anne reisde alleen, was net zoals ik naar Thailand vertrokken om eens goed over een aantal dingen na te denken en binnen een half uur hadden we al afgesproken om een weekje samen op te trekken en te kijken of dat beviel omdat het zo goed klikte tussen ons. Meteen na die afspraak volgde de blik. De 'uhhh moeten we hier nu iets mee?' blik. Na een gezamenlijke lachbui besloten we dat in Chiang Mai een gezamenlijke kamer in een guesthouse geen probleem zou zijn maar dat het netjes handjes boven de dekens en geen gerommel in de marge zou worden, en vreemd genoeg voelde ik daar een soort van opluchting bij. Dergelijke verwikkelingen zouden mij afleiden van de reden waarom ik hier was, en dat zou niet ok zijn. Toen we er later in een openhartig gesprek samen op terugkeken onder het genot van een paar (lees : teveel) Mojito's kwamen we tot de conclusie dat het zowel doodzonde zou zijn geweest als het wel tot gerommel in de marge gekomen was als dat het een doodzonde was dat het uiteindelijk niet tot dat eerder genoemde gerommel in de marge gekomen was. Waarna er nog één keer de blik opdook en tussen ons in zinderde, maar verder dan een zoen en eindeloze knuffel is het nooit gekomen. Eén doodzonde is immers al meer dan genoeg, waarom nog een tweede begaan en daarmee die eerste ook nog zinloos maken?

Dus het was samen met haar dat ik een paar dagen later in de trein richting Chiang Mai stapte, een reis van meer dan elf uur. En terwijl Thailand in al haar glorie aan ons voorbij glipte en iedere meter mij dichterbij het volgende avontuur bracht merkte ik plots dat er iets veranderd was. Ik voelde mij minder bedrukt, ik genoot van de groeiende band tussen mij en Anne en de energie leek langzaam maar zeker in mij terug te keren. Hier begon ik ook aan de papieren versie van 'dagboek van een reiziger' in een poging om mijn bespiegelingen , ervaringen en emoties te vangen en ze in woorden terug te geven aan de wereld. Dat ben jij, als je dit leest. Ik merkte dat ik door mijn schrijven ook meer in een beschouwende geestestoestand terechtkwam die voor de verandering eens niet als een verdoving maar als een verrijking voelde. Mijn emoties gierden bij tijd en wijle door mijn lichaam, maar het was ok. Ze waren er,en ze zouden ook weer vanzelf gaan. Ik vond een afleiding-maar-ook-weer-niet in het boek 'het lucifer effect' van Philip Zimbardo , een boek over het Stanford Prison Experiment. Voor de mensen die te lui zijn om op een linkje te klikken :

In een nagebootste gevangenis kregen ‘normale' studenten willekeurig de rol van bewaker of van gevangene toebedeeld. Hoewel het de bedoeling was het experiment twee weken lang te laten duren, moest het na zes dagen worden afgebroken omdat de studenten geen onderscheid meer konden maken tussen spel en werkelijkheid. Twee gevangen waren na een zenuwinzinking afgevoerd, een gevangene was in hongerstaking, een lag non-stop te schreeuwen in de isoleercel, de overigen gaven afgestompt en apathisch gehoor aan de bevelen van de bewakers te marcheren, zich op te drukken en seksuele spelletjes te doen.

Zimbardo voelde zich schuldig dat hij niet eerder had ingegrepen en kon decennia lang geen boek over dit onderwerp schrijven. Pas toen hij in 2006 getuigendeskundige was bij het Abu Ghraib-proces voor een Amerikaanse soldaat die beschuldigd werd van martelpraktijken realiseerde hij het belang van zijn onderzoek. Zimbardo wist maar al te goed dat dit geen individuele uitwassen waren maar gewone mensen die zich door de groepsdynamiek lieten verleiden.

Op een vreemde manier sloot het boek aan bij mijn eigen persoonlijke worsteling. Om enigszins een idee te geven van waar ik het over heb , hier is zijn TedTalk . Als je 23 minuten van je tijd kan missen : niet twijfelen maar klikken :)

De nachttrein naar Chiang Mai is een beleving op zich. Je reist hemelsbreed 500 kilometer per spoor, maar het klimaat en de omgeving verschillen volstrekt van elkaar. Terwijl de avond langzaam maar zeker overging in een pikdonkere nacht werden onze gemakkelijke banken door een bereidwillige conducteur omgebouwd tot wat ik niet anders kan omschrijven dan een behoorlijk aangenaam bed. Ik lag wederom wakker die nacht, peinzend over de keuzes en toevalligheden die in dat moment en op die specifieke plek hadden doen belanden. Thailand was het perfecte land voor mijn queeste naar innerlijke rust, zoveel was mij inmiddels wel duidelijk geworden. De Thai zijn een ontspannen, positief gestemd maar trots volk. Een open boek maar zonder inhoudsopgave of register, zodat hun gewoontes en eigenaardigheden in eerste instantie verborgen blijven achter je eigen vooroordelen. In Bangkok ben ik een aantal keren echt woest geworden nadat ik voor de zoveelste keer door een ontzettend vriendelijke (en gehaaide..) local afgezet was, maar uiteindelijk ben ik het gaan begrijpen. Het vermogen om een rol te spelen en daar voordeel uit te behalen zit diep verankerd in de Thaise volksaard, net als de eeuwige glimlach met tientallen genuanceerde betekenissen. Beide zijn volstrekt vreemd voor iemand die uit een 'fake plastic smile' cultuur zoals wij hier in Europa kennen afkomstig is. En daar lag dus de eigenlijke bron van mijn frustratie : de Thai glimlachen zó volledig en naturel dat ik volstrekt voor de bijl ging, iedere keer opnieuw. En dat voor iemand die trots is op zijn vermogen om mensen 'te lezen' , Thailand was in dat opzicht een les in nederigheid..

De stations werden zo halverwege de reis steeds kleiner, ik heb er tijdens die nachtelijke reis voorbij zien komen die uit niets anders dan een bordje naast het spoor bestonden. Tegelijkertijd zag ik hoe het landschap veranderde, van relatief vlakke en gecultureelde gebieden tot aan rotsachtige heuvels met oerwoudbegroeiing. Het laatste stuk naar Chiang Mai gaat door wat eigenlijk de uitlopers van de Himalaya zijn, maar dat verhoudt zich ongeveer tot elkaar als de sint Pietersberg bij Maastricht tot aan de Pyrineeen op de Frans/Spaanse grens. Anne bleek ook niet te kunnen slapen, dus ik kroop bij haar op het bed waarna we in een fluisterend gesprek over relaties en 'het leven' spraken. Het was een bevlogen gesprek waarbij we volledig open en eerlijk met elkaar van gedachten wisselden en ervaringen vergeleken, met af en toe een verlegen glimlachje of schaterlach tussendoor. Het ging over Vroeger, over NU en over Ooit. De uren vlogen voorbij in wat minuten leken, en uiteindelijk lagen we samen tegen elkaar aan naar de opvlammende kleuren van een prachtige zonsopgang te staren terwijl we over het spoor richting het noorden raasden.

Toen de trein eindelijk stopte en we samen op het station van Chiang Mai met vermoeide ogen tegen het felle zonlicht stonden te knipperen voelde ik ergens diep verborgen onder mijn gebruikelijke laag van wantrouwen het eerste echte glimpje van vertrouwen op een goede afloop van mijn reis. Dat voelde ietwat onwennig..

 

 

Dagboek van een reiziger : Dharma Bums onderweg naar Ayutthaya

 

I see a vision of a great rucksack revolution thousands or even millions of young Americans wandering around with rucksacks, going up to mountains to pray, making children laugh and old men glad, making young girls happy and old girls happier, all of 'em Zen Lunatics who go about writing poems that happen to appear in their heads for no reason and also by being kind and also by strange unexpected acts keep giving visions of eternal freedom to everybody and to all living creatures ...
~Jack Kerouac, The Dharma Bums

 

Uit mijn notities :

 

Weer een item voor de bucketlist : in de 3e klasse met de trein van Bangkok naar Ayutthaya reizen. In tegenstelling tot de tuktuk ride in Bangkok kan je deze beter als eerste doen want het kon wel eens langer duren dan gedacht. Op een reis van 1u meer dan 3u vertraging oplopen is een prestatie op zich.

(..)

Wat een verademing, hier zijn de mensen echt veel relaxter dan in Bangkok. Ben nu al 48u hier en er is nog niemand die mij afgezet heeft! (of eh..het is zo subtiel dat ik het niet eens door heb). Het historische deel van Ayutthaya is echt indrukwekkend, ik heb nu pas écht het gevoel in Thailand te zijn. De schaal van verwoesting die ik vandaag met eigen ogen gezien heb is echt ongekend. Niet te bevatten. Duizenden beelden, allemaal onthoofd. Paleizen en tempels die nagenoeg met de grond gelijk zijn gemaakt. En dan de Thai die er ogenschijnlijk onaangedaan en vrolijk glimlachend naast doorlopen. Bizar.

Daar zit je dan op het centrale station van Bangkok in de smorende hitte van bijna 40 graden celcius te kijken naar een niet aflatende stroom van Thai, afgewisseld met een incidentele buitenlander. Altijd is er even die korte blik en die wetende glimlach. De glimlach van de globetrotter, de rugzak reiziger die zich volledig overgeeft aan een vreemd land waar hij de taal niet spreekt en hij (zij) zich overgeleverd weet aan zijn eigen vindingrijkheid en de behulpzaamheid van anderen. De wetende blik van een ander die zelf aan de lijve heeft ervaren hoe het is, die ervaring waar je honderden, misschien wel duizenden woorden aan kan wijden zonder dat je de essentie ooit gaat weten over te brengen. Eén van mijn grote voorbeelden als schrijver (Terry Pratchett) schreef daar ooit eens over  : "Let me put forward another suggestion : That you are nothing more than a lucky species of Ape that is trying to understand the complexities of creation via a language that evolved in order to tell one another where the ripe fruit was?"

Maar daar zit je dan. Voor je staat een trein al meer dan een uur te wachten, en voor de derde keer loop je naar een vriendelijk glimlachende en ogenschijnlijk meer dan bereidwillige Thai af om te vragen of dit de trein is die je moet hebben ; gelouterd en wijzer door je eerdere ervaringen in Bangkok knoop je eerst een gesprek aan in stonecoal english ;-) om vervolgens de prangende vraag te stellen : 'Is this the train to Ayutthaya?' Een snelle blik opzij, gevolgd door een onzekere glimlach. Kut nee, niet wéér! Ik houd van de Thai, echt waar. Maar de nuchtere Westerling in mij kan het echt niet hebben dat bijna niemand het simpele woordje 'no' of 'don't know' uit lijkt te willen spreken. Voor de verandering besluit ik eens vasthoudend te zijn : "Who can I ask?" De man lijkt bijna opgelucht en zwaait vrolijk naar een oude bejaarde die aan het uiteinde van het perron in de verte zit te staren. 'You ask him! He know!' En zuchtend pak ik mijn backpack weer op en loop naar de oude man toe, laat mijn (handgeschreven én gestempelde!) treinkaartje zien, wijs naar de trein en stel opnieuw mijn brandende vraag. 'This train to Ayutthaya?' De man neemt mij eens geduldig op, pakt mijn kaartje vast om dit een paar minuten uitgebreid te bestuderen, kijkt nog eens naar de trein en naar mij om dan met een brede glimlach : 'yes' te antwoorden ; ogenschijnlijk dolblij dat hij mij van dienst heeft kunnen zijn. Ik besluit om mijn geluk op de proef te stellen en wijs op de stationsklok , dan naar mijn kaartje en als laatste naar de trein : 'What time?' De glimlach wordt nóg breder en een gelukzalig gevoel maakt zich van mij meester. Jawel, deze man heeft het antwoord op ál mijn vragen! Een hoestbui volgt, waarna de krasse oude knar een peuk opdiept uit zijn verfomfaaide overhemd, die aansteekt en er nog eens goed voor gaat zitten. 'Soon' is dan zijn alomvattende antwoord. Ik hijs mijn backpack op mijn rug, bedank de oude man met de traditionele Thaise groet en slof weer terug naar het perron.

Weer een uur later zit ik met op een ietwat ongemakkelijk harde houten bank ingeklemd tussen een aantal Thai door het geopende (want : glasloze) raam naar buiten te staren terwijl de trein zich al steunend en krakend voorzichtig in beweging zet. Mijn dromen van een Orient Express achtig reis zijn op dat punt al ruw aan diggelen gegaan door de levende have (kippen) en smakkende mensen om mij heen. Terwijl ik mij die van binnen zit af te vragen of ik misschien toch niet beter 2e of zelfs 1e klas had kunnen reizen passeert er plots een vrolijk beschilderd treinstel, de vrouw naast mij tikt mij vrolijk lachend (dat zal op dit punt geen verwondering bij mijn lezers meer oproepen) op mijn schouder en begint (naar ik aanneem) enthousiast verhaal over de herkomst en het doel van de 'library train' zoals dez wagons heten in het Thais tegen mij af te steken. Ik reageer door breeduit te glimlachen en vrolijk 'yes! yes!!' te roepen terwijl ik nog even snel een foto schiet met de camera van mijn telefoon, dit tot groot plezier van de vrouw die om de één of andere reden ontzettend blij en trots is met het feit dat ik deze foto neem. Al snel raakt ze in gesprek met de andere Thai om mij heen terwijl ik de dopjes van mijn Mp3speler in mijn oren plug en mijn Lonely Planet nog maar eens uit mijn tas trek. Een uurtje reistijd, en dan mijn Guesthouse in Ayutthaya maar eens zien te vinden..

 (Later begreep ik pas waarom de vrouw zo trots was, lees hier meer over de achtergrond en het doel van de Library train in Bangkok)

Een aantal uren (vier om precies te zijn) later vind ik mijzelf terug bij het station van Ayutthaya, waar ik -uiteraard- meteen aangeschoten wordt door een overdreven vriendelijke TukTuk driver die wil weten waar ik naar toe ga. Gelouterd door mijn ervaringen in Bangkok -ten onrechte zou later blijken- wijs ik hem vriendelijk af, hijs mijn backpack op mijn schouders en sla rechts af. Om vervolgens (jazeker, ik en mijn legendarische gevoel voor richting) na een kwartier tot de ontdekking te komen dat ik toch écht wel de verkeerde kant op aan het sjokken was en dus weer net zo vrolijk terug te lopen ; dit maal wél in de juiste richting. Wederom langs de verzameling Tuktuk's waar de Thai mij tot hun grote vrolijkheid al zwetend weer langs zagen komen, en al hoofdschuddend en hardop lachend keken ze mij na terwijl ik met een licht rood hoofd doorstapte op weg naar mijn Guesthouse.

Eerlijk is eerlijk, tijdens mijn wandeling die zich over een kilometer of vijf uitstrekte begon ik mij langzamerhand wel te realiseren waarom de Thai een hekel hebben aan lopen. Dat is in de eerste plaats een cultureel iets (alleen de allerarmsten kunnen zich geen Tuktuk of scootertaxi veroorloven) , maar het is er ook gewoon TE FUCKING HEET. Ik heb al aardig wat afgewandeld in de laatste jaren, maar Thailand is wel het land waar mijn lijf daarvoor de zwaarste tol te betalen had. Niemand loopt in Thailand, tenzij er echt geen enkele andere optie is, en mijn gewoonte om zoveel mogelijk te voet te doen heeft mij heel wat verbaasde blikken en goedmoedige spot van de lokale bevolking opgeleverd. In hun ogen moet het ook wel heel erg vreemd zijn, zo'n ogenschijnlijk rijke westerling (immers : genoeg geld om vanuit Nederland naar Thailand te vliegen en er een maand te blijven) die vervolgens als ware hij een arme sloeber vrolijk lopend de omgeving doorkruist. Uiteindelijk heb ik mijn pogingen om uit te leggen dat ik gewoonweg graag loop om de omgeving te verkennen maar opgegeven (deze waren immer toch gericht aan dovemansoren) en wees ik op mijn licht uitpuilende buik om aan te geven dat ik graag af wilde vallen. Dat leken ze tenminste nog enigszins te begrijpen :-)

En na die vijf kilometer wandeling wachte mij dan toch eindelijk mijn eigen oase in de hete bakoven van Ayutthaya : Baan Eve. Ik werd er opgewacht door een vrouw van middelbare leeftijd die na één blik op mijn bezwete en inmiddels vuurrode gezicht mij een literfles koud water toeschoof en mij dringend adviseerde om even te gaan zitten en tot rust te komen. Dankbaar voor dit rustmoment nam ik plaats achter één van de houten tafels in het centrale deel van de Guesthouse en nam mijn omgeving eens goed in mij op, ondertussen genietend van de verfrissing die het ijskoude drinkwater te bieden had. Baan Eve ligt ongeveer aan de rand van het eiland, in een rustige (doodlopende) dwarsstraar van wat je met een beetje goede wil de ringweg op de rand van het eiland zou kunnen noemen. Het centrale deel waar ik mij bevond bleek een ecologisch gebouwde boomhut van twee verdiepingen met op de onderste verdieping een aantal grote, eenvoudige houten eettafels en banken en op de bovenverdieping een aantal hangmatten en zitplekken. Toen de vloedgolf aan zweet en mijn hartslag eenmaal tot acceptabele proporties gedaald waren liep ik op mijn gemak eens richting receptie, waar dezelfde vriendelijke vrouw die mij opgevangen had mij resoluut weer terug verwees naar mijn zitplaats. 'You stay, I will come' . Met een brede glimlach schuifelde ik weer terug, Dit was een typische Thaise  'mama' , ogenschijnlijk zeer onderdanig en vriendelijk maar daaronder ontzettend resoluut en bijna dwingend in haar vriendelijkheid en gastvrijheid.

Na de formaliteiten van het inchecken en inspecteren van mijn kamer (en een overheerlijke douche!) besloot ik dat het tijd was om de vermoeidheid van mijn treinreis en de daaropvolgende wandeling even van mij af te laten glijden en vond mijzelf na een half uurtje heerlijk doezelen terug in de volgende positie :

 

En het was precies op dit moment dat ik voor het eerst alle stress van thuis en mijn reis naar het verre Oosten achter mij voelde liggen en kon genieten van het feit dat ik dan toch, eindelijk, in het échte Thailand was. En het was heerlijk. Alle twijfel die ik tot op dat punt gevoeld had verdween als de spreekwoordelijke sneeuw voor de zon, zeker toen ik later diezelfde dag de weerberichten uit Nederland zag. Mijn god, -3  ; sneeuw en hagel. En daar lig je dan, 38 graden en een strakblauwe lucht - en een vieze grijns op je gezicht.

 

Pages

Powered by Drupal

Theme by Danetsoft and Danang Probo Sayekti inspired by Maksimer