slideshow 1 slideshow 2 slideshow 3 slideshow 3 slideshow 3 slideshow 3 slideshow 3 slideshow 3 slideshow 3 slideshow 3 slideshow 3

Vonnis

There should be a word for that brief period just after waking when the mind is full of warm pink nothing. You lie there entirely empty of thought, except for a growing suspicion that heading towards you, like a sockful of damp sand in a nocturnal alleyway, are all the recollections you'd really rather do without, and which amount to the fact that the only mitigating factor in your horrible future is the certainty that it will be quite short.
~ Terry Pratchett, Mort

Toen ik naar aanleiding van de eerste serie onderzoeken voor de 2e keer binnen een week mijzelf terugvond in de behandelkamer van "mijn" oogarts was mijn gemoedstoestand op zijn zachtst gezegd enigszins bedrukt. In principe had ik de uitslag niet nodig om mij te vertellen wat ik al lang wist : op drie dagen tijd was ik zo goed als het complete zicht in mijn rechteroog kwijt geraakt. Voor goed.

Ik bestudeerde het gezicht van de (bovengemiddeld aantrekkelijke, dat dan weer wel) vrouw tegenover mij zorgvuldig terwijl ze zich hakkelend door haar analyse heen werkte, duidelijk niet op haar gemak vanwege de slechte boodschap die ze te brengen had. En ik? Ik wachte rustig op de woorden die ik in mijn hart allang kende maar die mijn verstand niet wilde horen : Slechte prognose. Geen behandeling mogelijk. Naar alle waarschijnlijkheid functioneel blind. Drie zinnen die tesamen het vonnis vormden die vanaf nu een vaststaand feit zijn geworden.

Artsen (en ik heb er inmiddels al wat leren kennen in de afgelopen jaren) hebben ieder zo hun eigen stijl, en deze vrouw had iets zachts en breekbaars in haar fermheid - wat ik erg kon waarderen (en dan niet alleen vanwege de 'chickie' factor). In sommige opzichten leek het gesprek voor haar zwaarder te vallen dan voor mij, achteraf bedacht ik mij dat het uiteraard ook niet vaak zal voorkomen dat ze een relatief jong iemand  dergelijk slecht nieuws moet overbrengen. Mijn case zal wel besproken worden op een congres van oogspecialisten vanwege de zeldzaamheid van de aandoening - andere mensen winnen de loterij, dit is wat het leven mij toe werpt. En dat kan ik zonder enige vorm van cynisme schrijven merk ik met enige verbazing.

Ik ben een beetje moe van alle gesprekken die ik hierover met alles en iedereen schijn te moeten voeren. Ja, ik kan er vooralsnog redelijk mee omgaan. Maar het continu hervertellen van hetzelfde verhaal, de continue stroom van sympathie en medelijden - het is vermoeiend. De complimenten over hoe ik hier mee om weet te gaan vallen - hoe goed bedoeld en gemeend dan ook- mij inmiddels ook wel zwaar.

Ik ben geen fucking heilige alleen maar omdat dit hele gedoe mij niet gereduceerd heeft tot een armlastig hoopje ellende dat jankend in bed blijft liggen de hele dag. Nee. soms merk je helemaal niets aan mij, maar ja ik heb mijn donkere momenten en gedachtes écht wel. Maar dat zijn de dingen die mensen helemaal niet willen horen omdat het ze compleet uit hun comfort zone zou halen en ze niet meer zouden weten wat te zeggen of te doen. Soms voel ik de neiging om eens écht te zeggen wat ik denk en voel, over dat specifieke moment dat ik mij realiseerde dat na 13 jaar mijn oog de strijd opgegeven had en ik bijna mijn zelfbeheersing verloor in een vlaag van ongerichte woede op alles en niets. Of over de ochtenden dat ik mijn ogen niet open wil doen en wel kan janken omdat ik weet dat het eerste wat ik zie het gigantische verschil in zicht tussen mijn twee ogen zal zijn. Of over die keren dat ik opsta uit bed en prompt mijn evenwicht verlies omdat mijn hersenen de input nog niet kunnen verwerken. Of misschien wel die ene zwartgallige avond met iets teveel alcohol in mijn systeem waarop ik diegene die mij dit in eerste instantie heeft aangedaan vervloekt heb tot in de binnenste cirkel van de hel aan toe - terwijl ik niet eens gelovig ben.

Dat is allemaal eigenlijk ook niet relevant. Ik heb inmiddels al geleerd dat het niet uit maakt wát je in je leven allemaal tegen komt, het is hoe je er mee omgaat. Dat is een levensles die ik al gehad had, en het zijn momenten als deze die de lakmoes proef zijn voor je levenshouding en idealen. Misschien is dit wel de volgende les die ik te leren heb : het is verdomde moeilijk om je niet in een slachtofferrol te wentelen als je daadwerkelijk een soort van slachtoffer bent. Ik geef niet toe, wat er verder ook nog op mijn pad komt. Mijn schaduwkant en ik, wij zijn door de jaren heen dikke matties geworden en komen hier samen wel uit. Wat het voor de toekomst inhoud behalve nog een shitload aan ziekenhuis bezoekjes? Geen idee. Het enige dat ik zeker weet is dat ook dit mij niet zal breken, ik ga door.

Zoals altijd.

 

 

 

In het land der blinden..

 

 

Dit is 'm dan, mijn rechteroog. Onderwerp van een inmiddels al jarenlange durende haat/liefde verhouding. Liefde, omdat hij mij trouw heeft gediend als de helft van mijn persoonlijke venster op de wereld. Haat, omdat hij -buiten zijn schuld om- mij heeft verraden. Hij is namelijk stuk gegaan, terwijl we een stilzwijgende afspraak hadden om dat niet te laten gebeuren. Hij heeft het toch gedaan.

Dus gaan mijn oog en ik sinds deze week weer de hele medische mallemolen in. Dokter, specialist, misschien zelfs wel een chirurg. Het is best interessant allemaal hoor, die foto's maken met contrastvloeistof (er waren tijden dat ik mij ernstig moest bezondigen aan niet nader te noemen geestverruimende substanties om de hallucinaties op te wekken die een dergelijke behandeling met zich mee kan brengen), misschien  wel weer een MRI er achteraan (ook een erg interessante ervaring kan ik je verzekeren) ..maar ja. Gaat het er echt iets aan veranderen? Of is dit nu gewoon maar weer wat het is?

En dus zijn de eerste secondes van iedere nieuwe dag nu volledig gewijd aan de haat/liefde verhouding met mijn rechteroog. Liefde, omdat ik er nog steeds 'iets' mee kan zien door het gemankeerde deel van mijn venster op de wereld. Haat, omdat na 12 jaar de blinde vlek 'ineens'  groter geworden is en dreigend in mijn blikveld hangt als een permanente herinnering aan die ene -bijna fatale- ochtend in de lente die nu al weer zo lang geleden lijkt.

 

edit : voor de mensen die nieuwsgierig zijn naar de aanleiding van bovenstaand verhaal een handig linkje  :Klik (voorwaarschuwing : lang emo verhaal)

 

 

 

Dagboek van een Reiziger : Epiloog

"These memories of who I was and where I lived are important to me. They make up a large part of who I’m going to be when my journey winds down. I need the memory of magic if I am ever going to conjure magic again. I need to know and remember, and I want to tell you.”
Robert McCammon, Boy's Life

 

Tsja. Er rest mij nog één verhaal dat ik wil vertellen met betrekking tot mijn Thailand avonturen, maar waar ik tot nu toe niet de moed voor heb weten te vinden. En toch, toch moet en hoort het hier te staan. Het is het noodzakelijke einde.

De laatste week van mijn trektocht door Thailand brachten we met zijn drieën door op het prachtige Ko Payam, zoals ik al eerder schreef. Foto's doen de prachtige natuur, de azuurblauwe zee en de perfecte stranden geen recht, het is misschien wel één van de mooiste plekken op aarde. Toch is het nog een relatief rustig eiland, de meeste toeristen kiezen voor de wat bekendere feesteilanden waardoor de sfeer op Ko Payam veel gemoedelijker en rustiger is. 's Avonds gaan de generatoren gewoon uit (geen stroom meer!) waarna het zingen van de krekels het enige geluid is dat je hoort terwijl je lui achterover in je hangmat nog even een boek leest. Douchen doe je onder de sterrenhemel met regenwater dat de hele dag in de tropische zon heeft kunnen opwarmen en met betrekking tot vervoer heb je twee opties : lopen of een scooter zien te huren in het enige echte 'dorpje' dat het eiland rijk is. Toch merkte ik na een dag of twee op dat er een donker rouwrandje kleefde aan dit aardse paradijs, duidelijk zichtbaar als je maar weet waar je moet kijken.

Misschien herinner je je de beelden van de verwoestende tsunami tijdens de tweede kerstdag 2004 nog van tv, het was namelijk nogal een big deal indertijd. Een ramp waarbij 230.000 mensen zijn omgekomen, de het grootste deel hiervan in Indonesië en Thailand. Ko Payam ligt aan de westkust van Thailand en lag dus midden in het spoor van vernieling dat deze natuurramp achter  zich liet. En inderdaad, in de junglebegroeïng die alles heeft weten te overwoekeren in de tussenliggende jaren zie je overal de littekens. Boomstompen, resten van de vroegere bebouwing, en -het blijft Thailand- voorouderaltaars waar een zeegodin de centrale rol speelt. De paar locals met wie ik sprak hadden allemaal mensen verloren die Kerst. Het bleek dat het meerendeel van de huidige bewoners - een stuk of 200 - allemaal familieleden waren van de oorspronkelijke bewoners van het eiland. Van de mensen die in 2004 op Ko Payam woonden was namelijk helemaal niemand meer in leven, behalve een aantal geluksvogels die niet daadwerkelijk op het eiland verbleven toen het noodlot toesloeg. De mensen die nu de lokale bevolking vormden waren vaak neven of kinderen van de oorspronkelijke bewoners die naar het eiland gekomen waren om daar een nieuw bestaan op te bouwen in de voetstappen van hun voorgangers.

Ik merkte tijdens deze laatste ogenschijnlijk ontspannen week dat ik door mijn eerste rouwfase heen leek te zijn, de initieële shock die de dood van mijn trouwste vriend had veroorzaakt had plaats gemaakt voor een intens verdriet en het rationele besef dat het tijd werd om de draad -voorzichtig-  weer op te pakken. Terwijl de dagen voorbij vlogen in een aangename afwisseling van snorkelen, wandelen, luieren en drinken met Anne en Patrick begon ik ook al voorzichtig vooruit te kijken naar mijn terugkeer naar Nederland. Terug naar mijn vrienden, Selene, en dat huis waar al die herinneringen op mij lagen te wachten. Ik begon ook wat slechter te slapen en lag uren lang naast Anne in bed (handjes boven de dekens) naar het bamboo plafond van onze bungalow te staren terwijl de gedachten door mijn hoofd vlogen. Pepper. Werk. Alleen zijn. Geen richting, geen focus. Tijdens mijn op één na laatste nacht op het eiland (Anne en Patrick zouden nog een paar dagen langer blijven) was ik het piekeren zat en besloot om voor een nachtelijke wandeling op het strand te gaan om op die manier mijn hoofd wat leger te maken zodat ik nog wat slaap zou kunnen meepakken voordat de zon opkwam. Mijmerend en genietend van de prachtige sterrenhemel kwam ik als vanzelf op het strand terecht, waar ik het mijzelf gemakkelijk maakte om wat water te drinken en te roken terwijl de volle maan recht  boven mij majestues de oceaan in een sprookjesachtig licht zette.

Ik dacht aan Pepper en ik begon als vanzelf te huilen. Nooit meer zou ik hem kunnen aaien, knuffelen of mijn gezicht diep in zijn vacht begraven en aan hem ruiken. Nooit meer die kwispelende staart als ik thuis kwam van mijn werk. Nooit meer zijn warme lijf tegen mij aan in bed. Nooit meer die koude neus tegen mijn hand. Nooit meer, nooit meer, nooit meer.. En toen was er opeens achter mij een zacht gekraak aan de rand van de jungle. Ik keek om en zag door mijn tranen heen een zwerfhond met twee puppies er achteraan tussen de bomen en struiken door mijn kant op komen. Moeder stopte even, keek mij scherp aan met haar neus omhoog om even te ruiken wie ik was en liep vervolgens in een rechte lijn naar mij toe met de pups er vlak achter. Toen ze voor mij stonden gebeurde er opeens iets dat ik nooit, maar dan ook nooit meer zal vergeten. Mama pakte één voor één de pups voorzichtig bij het nekvel om deze vervolgens op mijn schoot te laten vallen, waarna ze er met haar neus nog even voor zorgde dat ze goed lagen. Als vanzelf begon ik die krioelende  levende hoopjes op mijn schoot te aaien terwijl de tranen nog harder over mij wangen begonnen te rollen. Dit - dit was teveel. Dit was te perfect.

Ik heb er geen idee van hoe lang ik die nacht nog op het strand heb gezeten met de pups op mijn schoot. Het moet uren geweest zijn, achter mij zag ik de nachthemel al langzaam verbleken tot wat binnen een uurtje het ochtendgloren zou zijn. Mijn tranen waren op dat punt allang opgedroogd, alles was er - letterlijk - uit. En nog steeds waren er die twee vertederende puppies die op mijn schoot in slaap gevallen waren terwijl mama voor mij tegen mijn voeten aan lag te slapen.

Weet je , ik geloof niet in god. Nooit gedaan ook. Mijn dagen als psychonaut hebben mij wel een hang naar het spirituele en magisch filosofische meegegeven, hoewel ik in principe een volstrekte atheist ben. Ik zie mijzelf als open minded. Toch heb ik er moeite mee om de gebeurtenissen van die nacht een plekje te geven en ze te kunnen duiden, het is namelijk iets dat je in een roman leest en waarbij je je ogen even naarboven rolt terwijl je 'yeah..right' mompelt. Maar ik zweer het op alles wat mij lief is : dit was echt. Dit was het moment waarop er iets in mij heelde.

 

Dit was het begin van de lange weg terug naar huis.

 

 

Ingress - Een introductie

In oktober 2012 gebeurde er iets dat de wereld voor eeuwig zou veranderen, hoewel deze ontdekking vooralsnog de annalen in zal gaan als een bijvangst voor de inmiddels beruchte Higgs-Boson. In de eerste verslagen die links en rechts op blogs begonnen te verschijnen omschreef één van de ontdekkers de ervaring als volgt :

At first, we thought our particle accelerator was malfunctioning, or that there had been some electronic  
anomaly on our monitors; but in due course, we realized that we were seeing a non-random flow of information
coming from the sub-atomic particles we were studying.

We ran several tests, and concluded that there was no other explanation, other than the we had connected with
at least one other dimension. We realized that we had crossed a threshold in which global security could be
at risk.

 

Deze ontdekking kreeg de naam 'Exotic Matter' mee, oftwel XM. Hoewel de wereld van de quantumfysica op zich al vreemd genoeg is bleek XM een verrassende werking als bewustzijnverruimende stof te hebben met hallucinaties als voornaamste kenmerk. Verschillende mensen die al dan niet opzettelijk in aanraking kwamen met de XM bleken creatieve en wetenschappelijke inzichten te krijgen die hun normale productiviteit mijlenver wisten te overtreffen. De gelijkenissen met de ontdekking van Lsd ruim een halve eeuw eerder zijn opvallend, inclusief de gevolgen ervan.

Helaas riepen de ervaringen met  XM meer vragen op dan er beantwoord werden. Het grootste raadsel bleek wel de scanner technologie in vorm van een eenvoudige app op je telefoon , die op een ietwat aangepaste googlemaps interface de XM concentraties over de hele wereld zichtbaar maakte. Dit stukje software bleek gedeeltelijk ontworpen door de Kunstmatige Intelligentie (KI) die de Niantic Labs in Cern assisteerde bij hun onderzoek. Deze KI leek echter plots een stuk autonomer te worden dat ooit de bedoeling was geweest. Slechts een paar weken na de initiele ontdekking van XM bereiken de gebeurtenissen een kolkend hoogtepunt op wat 'epiphany night' is gaan heten :

 

On November 30th, now known as “Epiphany Night”, everything changed. The Niantic lab at CERN was exposed to a massive dose of XM radiation, sending the researchers into frenzied bouts of creativity, like Enoch Dalby’s musical compositions. Whatever the researchers saw that night irreparably splintered the team: some researchers went on to work for Hulong Transglobal, IQTech, and Visur Technology, while others (like Roland Jarvis) ended up dead. The schism of the team was due in large part to philosophical differences about the true purpose of XM, exacerbated by their exposure to massive quantities of XM through Epiphany Night. To the team members who went on to became the core of the Enlightened faction, the Shaper’s influence on sensitive individuals through XM was viewed as the next step in human evolution. For the team members who chose the path of Resistance, the Shaper’s influence was in XM was deemed a “Shaper Mind Virus” that must be countered.

Beide groepen komen lijnrecht tegenover elkaar te staan in wat een allesomvattende wereldoorlog zal blijken te worden - hoewel het overgrote deel van de mensheid geen idee heeft van wat er boven hun hoofden hangt. Het is namelijk oorlog, een oorlog die zich afspeelt op die dunne scheidslijn tussen fantasie en realiteit.

 

Zaterdagnacht, ergens in Lelystad

Ik parkeer mijn auto ergens in een achteraf straatje en kijk op mijn scanner. Mooi, om alle portals ligt een stevige concentratie XM - wat wil zeggen dat onze tegenstander in de laatste 21 minuten en 30 seconden niet in de buurt geweest is. Snel zoek ik even de naam op van de portal waar we gaan beginnen, aangezien deze recht voor het huis van de 'Enlightened' (ENL) speler staat zal er wel meteen een reactie volgen ondanks het late tijdstip. We kijken even naar de te volgen route (het doel is : in een zo kort mogelijk tijdsspanne zoveel mogelijk schade en irritatie veroorzaken) die ons via een park en het gemeentehuis naar een serie standbeelden aan de rand van de wijk moet brengen, ritsen onze jas dicht (het is fucking koud) en we stappen uit. Ik sluit mijn trouwe koekblikje af en even lach even breeduit naar @127D0TO (127 voor vrienden) , mijn vaste maatje tijdens deze nachtelijke missies. "Eens kijken hoe lang het duurt eer hij achter ons aan komt"

Een paar minuten later staan we voor de deur van de ENL speler. Het aloude ritueel : "3...2...1..Boem!" Beide beginnen we als een gek onze Xm wapens af te vuren en de slecht verdedigde portal gaat direct neer. Als vanzelf beginnen @127 en ik te rennen zodat we meteen om de hoek uit het zicht kunnen verdwijnen terwijl we achter ons een grove vloek de nachtlucht in horen knetteren. Hysterisch lachend vluchten we een park in terwijl we alle groene portals binnen bereik neutraliseren en overnemen terwijl over de ingame chat de scheldpartijen beginnen. Het duurt niet lang of onze tegenspeler begint ons te achtervolgen terwijl wij zo snel als mogelijk een kriskras route richting het gemeentehuis volgen , recht in het hart van zijn defensie. Dan is de missie volbracht en zitten er twee volwassen dertigers giechelend als kleine kinderen in de auto op weg naar huis na te genieten van wederom een geslaagde missie. Het opbouwwerk van onze tegenstander zou pas weer morgenavond klaar zijn, mits hij andere ENL spelers zo ver zou krijgen om zijn portals te komen versterken. Krap een half uurtje werk voor ons in ruil voor een hele dag -en waarschijnlijk langer- aan ergernis voor onze tegenspelers,


Zondagochtend, Muiden

Zo onopvallend mogelijk sluiten we aan bij de wachtende mensen aan de steiger, om ons heen kijkend of er ook nog potentiële medespelers in de rij staan. Ik tel er zo snel 5 en sein dit door naar @deManInDeHoed en @127D0TO, terwijl we een luchtig gesprek beginnen over de geschiedenis van fort Pampus en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Vandaag zijn we undercover totdat we hebben kunnen inschatten of en hoeveel tegenstand er aanwezig zal zijn. Het is namelijk een belangrijke dag voor Ingress spelers in onze regio : na vandaag zal Pampus tot aan 1 April niet op legale wijze meer te bereiken zijn tenzij je beschikt over een eigen boot - dan nog kan je niet op legale wijze alle portals overnemen. De partij die vanavond eigenaar is van de portals zal dus over een tactisch overwicht beschikken tijdens de komende winter, en ons plan is om dat ten volste uit te buiten. Maar nu moesten we er eerst zorg voor zien te dragen dat we vandaag als overwinnaar uit de bus zullen komen, bij voorkeur puur op tactiek.

We nemen plaats op de boot en bijna meteen zien we voor ons een engelstalig koppeltje gespannen naar een tablet kijken. @127 staat casual op, loopt een rondje om zogenaamd zijn benen te strekken en ziet meteen dat het om Enlightened spelers gaat. We knipogen even naar elkaar, zakken achterover en praten over koetjes en kalfjes terwijl de boot zich richting Pampus spoed.

Eenmaal aangemeerd begeven onze tegenstanders zich meteen naar het centrale punt om zo snel als mogelijk voorraden op te pikken uit de portals die op dat moment nog blauw zijn, zich duidelijk onbespied en veilig wanend. Wij besluiten om even rustig aan de koffie te gaan en onze tactiek voor deze middag nog eenmaal door te nemen, hoewel we in de meerderheid zijn (3 tegen 2) is het nog niet geheel duidelijk of we echt maar met vijf spelers in totaal zijn of dat er misschien nog meer rondlopen die net als wij undercover zijn. Een half uur verstrijkt voordat we een eerste rondje over het eiland maken en we nemen de tijd om even op ons gemak naast onze nietsvermoedende tegenstanders te gaan staan en een luidkeelse discussie te beginnen over de afkomst van een specifiek kanon recht voor ons. Deze loopt (uiteraard) uit op niets en we lopen rustig aan door het fort heen totdat we weer uit zicht zijn. Onze tactiek is simpel : we wachten zo lang als mogelijk eer we onze aanwezigheid kenbaar zullen gaan maken, de Enlightened spelers zullen de portals namelijk eerst moeten neutraliseren voordat deze kunnen worden overgenomen - en dat geeft ons de kans om nog een virus los te laten waardoor de portals meteen weer de kleur krijgen die ze moeten hebben : Resistance blauw. De portals zijn dan meteen een uurlang immuun voor andere virussen, en door onze numerieke meerderheid zouden we dan prima in staat moeten zijn om de portals staande te houden totdat onze tegenstanders het zouden opgeven.

We wisten dat de laatste boot volgens de website om 16:00u zou gaan, maar navraag op het eiland zelf had ons geleerd dat de écht allerlaatste boot om 17:00u zou vertrekken wat inhield dat wij ongeveer een kwartier daarvoor ons plan zouden gaan uitvoeren. Terwijl we wederom naar binnen gingen voor koffie zagen we plots op onze scanners dat de portals geneutraliseerd werden en groen terug kwamen. Mooi, dat betekende naar alle waarschijnlijkheid dat onze tegenstanders om 16:00 de boot terug naar Muiden zouden nemen, vanaf nu wederom rustig afwachten dus. We besloten om alvast even buiten te gaan staan en keken rustig toe hoe de boot aanmeerde en de Enlightened spelers breeduit lachend instapten, duidelijk in hun nopjes met de wetenschap dat Pampus nu de hele winter 'veilig' zou zijn. Inmiddels hadden @deManInDeHoed en ik al geposeerd voor de overwinningsfoto's (met op de achtergrond de vertrekkende boot duidelijk in zicht - uiteraard!), daarna decimeerden we het eiland en bouwden het weer in de rechtmatige blauwe kleur op. De slag om Pampus : gewonnen!

 

Welkom in Ingress, niet persé alleen een game

Waar hang je uit?

 

 

 

To be or not to be
that's the question unceasingly
but without you I would long to be yours to be
'cause without you I'm not a king
because without you it would never do
because I can't think what life
would be like without you

you don't love me yet
you don't love me yet
I just won't forget 
because you don't love me
you don't love me yet

Roky Erickson - You don't love me yet

Zo langzamerhand begin ik het zwaar zat te worden, en de tijd is gekomen om mijn hart eens stevig te luchten. Waar hang je godverdomme uit? Het is niet alsof ik je niet gezocht heb. Nog sterker, ik heb toch al zeker 3x de sterke overtuiging gehad dat ik je eindelijk gevonden had - om er vervolgens achter te komen dat jij het niet was. Ik mis je, hoewel we elkaar niet eens kennen..En toch, toch wéét ik dat je er bent. Soms vang ik een glimp van je op in de glimlach van een willekeurige vrouw, de weerspiegeling van de winterzon in het water of dat ene liedje uit mij Spotify afspeellijst dat door merg en been gaat. Iedere keer is er weer dat flintertje hoop en de onvermijdelijke teleurstelling. Ontwijk je mij? Of heb ik je niet herkend toen het er echt op aan kwam en heb je je plek ingenomen in het spoor van teleurstelling en verdriet dat ik in mijn kielzog met mij meesleep? Soms lijk ik je te voelen, alsof onze geesten elkaar in het inktzware duister van de nacht wél weten te vinden waar ik in mijn dagelijkse leven gruwelijk lijk te falen.

Ik weet dat ik niet perfect ben, en dat ik je waarschijnlijk niet verdien. Maar toch verlang ik naar je als een junk naar de naald, als een baby naar de moederborst of een verhitte puber naar een orgasme. Ik weet dat je er bent, dat je bestaat. Op de één of andere manier lopen wij elkaar steeds mis als passerende schepen in de nachtelijke mist - en ik begin het punt te naderen waarop ik mijn zoektocht moet gaan opgeven. Misschien is het tijd om het lot het lot te laten en te hopen dat jij mij net zo hard zoekt als ik jou.

Misschien is het tijd om het allemaal maar gewoon los te laten en te verdwijnen terwijl ik mijn schrijfsels links en rechts verspreid over het internet verstop zodat jij míj kan vinden - mocht je mij nog zoeken.

Re-animatie

 

Did I cry for help when the dam burst?
Did my silence just make you feel worse?
Was it hard to get by without me?

Or did you just forget all about me?

 

Reanimation
Is working on me

Reanimation
Is working on me
Don't ask me where I've been
Don't ask me where I've been
Just glad it's happening
Just glad it's happening

(Reanimation - the Bevis Frond)

Je kan zeggen wat je wil, maar cliffhangers schrijven om vervolgens een jaar lang te verdwijnen is een kunst die ik tot in de puntjes lijk te beheersen..Wordt vervolgd.

 

Dagboek van een reiziger : Fear and loathing in Chiang Mai

 

“Mit Kummer, und doch auch mit Lachen, gedachte er jener Zeit.”
~ Hermann Hesse, Siddhartha

 

Uit mijn notities:

 

 Vandaag was een goede dag. Chiang Mai is fantastisch, de stad 'voelt' als een kruising tussen Parijs en Amsterdam met een vleugje oosterse mystiek. Ik hou van deze stad!

Fear and loathing in Chiang Mai : volgens mij heb ik afgelopen nacht voor het eerst in mijn leven gehallucineerd van een voedselvergifting. En dan nu de 'ham'vraag : waren het de paddestoelen of was het toch het vlees?

Op iedere plek waar ik kom ontmoet ik wel iemand die een onuitwisbare indruk weet achter te laten. Prachtig. En het verhaal dat ze te vertellen hebben sluit altijd op de één of andere manier perfect aan op dat van mij, ik had het zelf niet beter kunnen bedenken.

 

Chiang Mai is een heerlijke stad om een aantal dagen te spenderen, vooral als je een slaapplaats in het oude centrum weet te bemachtigen. Gelukkig deelden Anne en ik de voorliefde voor het op de bonnefooi reizen, we hadden dus ook niets geboekt. Toch wisten we na aardig wat 'er is geen plaats voor de herberg maar wel in de stal' scenario's via een aardige Thaise vrouw nog een prima kamer te regelen , en dat zonder dat we werden afgezet of dat zij er iets voor in ruil wilde aannemen. Geloof in de mensheid : hervonden! Het oude centrum ademt de sfeer uit van de kunstenaarswijken in Parijs of het centrum van Amsterdam (en dan doel ik niet op het Leidse plein) , met een stevige dosis van wat Thailand uniek maakt. Het was wel even wennen na de betrekkelijke rust in Ayutthaya, Chaing Mai is namelijk in alles een levende, bruisende stad. Hier geen halfvergane ruïnes maar de Thaise cultuur in een bloeiperiode met die mengelmoes van oude en nieuwe gewoontes waar ik zo ben van gaan houden. Je ziet er volledig traditioneel geklede monnikken met Ipads en smartphones, meisjes in schooluniform die in een internetcafe WoW zitten te spelen en je koopt er net zo makkelijk een  breedbeeld tv als een authentieke boedhistische amulet. Talloze kleine winkeltjes en restaurantjes kijken uit op de gracht die al meer dan zeven eeuwen het oude centrum omsluit. In het centrum alleen al liggen 36 tempels, in zijn totaliteit schijnen er meer dan 300 tempels in en om de stad te liggen. En in tegenstelling tot de tempels die ik tot nu toe had bewonderd waren deze tempels in ieder geval nog grotendeels intact, verreweg de meeste zijn dan ook nog gewoon in gebruik.

Anne bleek een ideale reispartner. Beide hadden we behoefte aan een maatje om mee te sparren en te delen, maar ook aan ruimte en rust om alleen te kunnen zijn. Tijdens de zes dagen die we in Chiang Mai doorbrachten ontwikkelde zich al vrij snel een patroon waarin we samen tijd namen om de prachtige oude stad en haar tempels uitgebreid te bezichtigen, kleine winkeltjes met hebbedingetjes af te lopen en samen te genieten van onze avondmaaltijd.

Ik merkte dat ik naarmate de dagen vorderden steeds meer begon te schrijven over wat mij bezig hield. En naarmate ik meer begon te schrijven begon langzaam maar zeker mijn perspectief subtiel te verschuiven van mijn alledaagse 'ik zie dus ik ben' houding naar een wat subtielere 'ik neem waar dus ik schrijf' variant. 's Avonds zwierf ik over de zachtverlichte straten op zoek naar verhalen in een wat naieve poging tot het kanaliseren van alle indrukken en ervaringen die mij ten deel vielen. Het grauwgrijze gordijn van pijn en de bijbehorende verdoving begon langzaam maar zeker plaats te maken voor een gevoel van berusting en misschien zelfs wel opwinding, de aangename buikkriebels die horen bij het ervaren van iets nieuws. Er waren tal van ontmoetingen met interessante, diepzinnige en soms vreemde mensen. Gesprekken over reizen, liefde, de dood, filosofie en het alom vertegenwoordigde Boedhisme.

Ik ben -denk ik in ieder geval op dit punt in mijn leven- een atheïst die open staat voor het spirituele zonder daar persé een religieuze betekenis aan toe te kennen. Voor mij zijn filosofie en spiritualiteit beide een afspiegeling van het zoeken naar de Waarheid, een waarheid die misschien wel te complex is om te bevatten. Toch vonden Anne en ik ons iedere avond terug in een specifieke tempel ( Wat Phra Singh ), waar we even de tijd namen om te zitten en te mediteren terwijl de rust en atmosfeer van deze specifieke tempel op en om ons heen neerdaalde.

Er was één specifieke avond waarop mij iets overkwam dat tot op de dag van vandaag als een soort van echo weerkaatst in mijn psyche, het soort ervaring dat ik niet anders kan betitelen dan 'mystiek' , met een beetje goede wil misschien zelfs wel 'magisch' . Terwijl we op blote voeten naar binnen liepen zagen we dat de mis  net begonnen was, en na het schieten van een aantal foto's (zie boven) zocht ik een plekje vooraan en nam plaats in de lotushouding. Na een tijdje begon ik wat eenvoudige ademhalingsoefeningen te doen met gesloten ogen terwijl ik mijn geest liet meedrijven op het geluid van de zacht gemurmerde mantra's van de monikken. In-vasthouden-uit. In-vasthouden-uit. Plots vond ik mijzelf terug op een groen begroeide berghelling onder een strakblauwe lucht. Het was warm, maar aangenaam warm als een lentedag in Juni. Aan de horizon zag ik besneeuwde bergtoppen liggen die een schril contrast vormden tegen de eindeloze grasvlakte waarop ik mij bevond. Als vanzelf begon ik rondjes te draaien, sneller..sneller..En toen was er plots een explosie, een mentaal orgasme van vreugde en extase. Ik voelde mij vreemd licht, maar mijn voeten raakten nog altijd in een razend tempo de grond om mijn draaiende momentum gestalte te geven..En toen wist ik het opeens. Het was weg. Alle zaken die mijn stemming drukten, de rouw, de pijn, de eenzaamheid, de zelfhaat..Weg. Ik was waarlijk Vrij.

Na wat voelde als uren maar wat niet meer dan twintig minuten geweest kan zijn opende ik mijn ogen en vond mijzelf terug in de tempel, volstrekt ontspannen. Dit was het keerpunt, het moment dat de weg weer naar boven zou voeren. Toen we de tempel uit waren vloog Anne mij om mijn nek, 'voelde je dat?'. Ik kon alleen maar glimlachen. 'Ja' . We hielden elkaar even op armlengte vast zodat we elkaar recht in de ogen konden kijken ,   'Het komt allemaal goed' fluisterde Anne verlegen. 'Het is allemaal al goed' , was mijn antwoord.

 

 

Dagboek van een reiziger : Over overpeinzingen, ontmoetingen en de nachttrein

 

 ¨Alles wat ik doe is om te weten wie ik ben."

~ Simon Vinkenoog

 

Uit mijn notities :

Stof tot nadenken, met dank aan gespreksgenoot Patrick. We zaten tot diep in de nacht Changbiertjes te drinken en te praten over de zin van dit alles, toen ik op liet vallen dat ik in sommige opzichten nog erg worstel met mijn verleden, met wie ik was en sommige van de dingen die ik gedaan heb. Mijn relatie met R. speelt daar nog altijd een belangrijke rol in. Patrick keek mij alleen maar aan en zei "Misschien is het in veel opzichten wel noodzakelijk om eerst het negatieve te ervaren en te doorstaan eer je toe komt aan het positieve. Ik ken je nog maar net, maar je komt op mij in ieder geval integer over. Als iemand die graag het juiste wil doen." Ik weet niet waarom, maar ik schoot vol.Blijkbaar had ik het even nodig om te horen dat ik een Goed Mens ben, of op zijn minst probeer te zijn. De dood van Pepper -meer specifiek : mijn beslissing om hem te laten inslapen- drukt blijkbaar behoorlijk zwaar op mijn gemoed. Zo zwaar dat ik begin te twijfelen aan mijn eigen intenties in ..zeg maar alles. Ook met betrekking tot R.

File under : nader onderzoek vereist

(...)

Honderden, duizenden Boeddha's . Allemaal onthoofd, verminkt of compleet verwoest. Ik voel mij als een personage uit een post-apocalyptische film, of misschien wel een Indiana Jones on Acid. Het contrast tussen de vergane luister en de levende stad is schrijnend. In het midden van de stad liggen twee complexen naast elkaar gescheiden door een drukke verkeersweg. Overal tentjes met Thai die je van alles proberen aan te smeren (op een , hoe kan het ook anders, vriendelijke manier) met op de achtergrond de ruïnes van wat twee waanzinnig mooie tempelcomplexen geweest moeten zijn, ooit. Ik ben totaal verbluft, dit is iets dat mijn verstand eenvoudigweg niet kan bevatten.

(...)

 

Volgende stop : Chiang Mai. Na Bangkok de grootste stad van Thailand. Ik hoop dat de sfeer er meer van Ayutthaya dan van Bangkok heeft, anders ben ik er de volgende dag al weer weg. Oh ja, ik heb een reisgenote : ein hüpsches Deutsches mädel die luistert naar de naam 'Anna' . Mental note to self : handjes thuis!

Over de verpletterende indruk die het historische hart van Ayutthaya bij mij heeft weten achter te laten kan je elders al lezen, het is dus zinloos om daar nog verdere woorden aan te wijden. Daarnaast markeerde deze tussenstop op mijn weg door Thailand namelijk wat ik achteraf alleen maar kan beschrijven als de eerste stap naar wat je met een beetje goede wil het herstelproces van een uitputtende, emotionele periode zou kunnen noemen. De dood van Pepper vormde een belangrijk onderdeel (letterlijk : het eindpunt) van de emotionele achtbaan waarin ik mij in de afgelopen jaren terugvond. De schrikmomenten die ik ervaren heb met betrekking tot de gezondheid en het welzijn van mijn ouders vormen een tweede duidelijk markeerpunt, daarnaast was er het plotselinge overlijden van iemand die ik niet alleen in zakelijk opzicht maar ook als persoon erg hoog had zitten. Iemand die in mij geloofde en mij een ongelooflijke kans heeft geboden om te bewijzen wat ik waard ben, wat ik kan zonder enige relevante achtergrond of werkervaring. Om te zien hoe zo iemand in de bloei van zijn leven van de ene op de andere dag kan verdwijnen was confronterend. En als laatste bleef er altijd dat spookbeeld van mijn laatste serieuze relatie als een gloeiende bijna-verschijning op mijn netvlies zichtbaar. Ik wist dat ik mijzelf losgemaakt had ; dat ik alle pijn, verdriet en woede kwijt was... En toch bleef het spoken. Het is niet makkelijk om onder ogen te zien dat je gruwelijk gefaald hebt, dat je over grenzen heen gestapt bent waarvan je jezelf hebt gezworen dat je ze nooit zou overschrijden. En toch, dat is precies wat ik gedaan heb. En net als bij de dood van mijn hondje : het was mijn eigen, wel overwogen keuze.

 

Dit bovenstaande stukje is om aan te geven in wat voor een emotionele gemoedstoestand ik mijzelf terugvond in de tropische hitte van Ayutthaya. De jetlag was inmiddels wel gezakt, maar ik voelde mij nog altijd wegglippen in die emotionele staat van verdoving die ik zo goed heb leren kennen in de afgelopen jaren. Ik verwelkomde die verdoving als een oude vriend, het niet hoeven te voelen was erg fijn. Tegelijkertijd was er dat fluisterende stemmetje in mijn achterhoofd : doe iets. Sta jezelf toe om te voelen. Geef niet toe aan je verlangen de veilige rust van afgestompte emoties. Leef. Doorleef. Geef jezelf iedere dag volledig, zonder enig voorbehoud. Deel. Reflecteer. MENS, LEEF!! (die laatste is vrij vertaald van Nietzsche als ik mij niet vergis)

Tijdens mijn eerste nacht in Ayutthaya had ik - mede door bovenstaande gedachtes die als een (wel) rijdende Fyra door mijn hoofd raasden- nogal wat problemen om in slaap te vallen. Voor mijn vertrek had ik mijn mp3speler volgezet met muziek, en als vanzelf begon ik te luisteren naar 'Ja!' van het Vinkenoog/Spinvis combo (wat overigens een briljante plaat is , maar dat terzijde). Aangekomen bij het titelnummer kwam Simon zelf binnen als een mokerslag, met woorden die over de rand van zijn graf heen mij wisten te bereiken :

Ja! Tegen het jungleavontuur
Ja! Tegen de herinnering
Ja! Tegen de kracht der verbeelding
Ja! Tegen het avontuur van de kunst
Ja! Tegen de malaise en misère
Ja! Tegen het leven
Ja! Tegen het hoogste woord

~Simon Vinkenoog & Spinvis - Ja!

Waarom was ik opgehouden met 'Ja' zeggen tegen het leven? De rouw en het verdriet zouden juist eerder een inspiratiebron moeten zijn om het leven te omarmen, had ik dan daadwerkelijk helemaal niets geleerd in de 37 jaar die ik op deze kneuterige kleihoop in een vergeten uithoek van het universum rondgewandelde? Dit besef frustreerde mij alleen nog maar meer omdat dit nu net het punt was waar ik keer op keer tegen een muur aanliep. En die muur bleek harder, hoger en steviger dan alle muren die ik tot nu toe was tegengekomen in mijn leven. Ik zag waar het misging, ik wist wat dit betekende en wat ik er aan zou moeten doen..maar ik zag geen enkele uitweg meer. Om mij heen  zag ik mensen -en uiteraard Pepper- wegglippen uit mijn leven, soms overgeleverd aan de dood ; vaak uit desinteresse of praktische overwegingen. En ik keek toe, analyseerde, haalde mijn schouders op en ploegde verder tegen de emotionele orkaan in. Doodrationaliseren, dat is inmiddels wel een karaktereigenschap die ik aan mijn palet van vaardigheden en kernkwaliteiten kan toevoegen met het stempel 'expert' er opgeplakt.

En toen kwam op mijn tweede ochtend in Ayutthaya Anne mijn leven binnengehuppeld. Zo ongeveer letterlijk ;-) . Anne reisde alleen, was net zoals ik naar Thailand vertrokken om eens goed over een aantal dingen na te denken en binnen een half uur hadden we al afgesproken om een weekje samen op te trekken en te kijken of dat beviel omdat het zo goed klikte tussen ons. Meteen na die afspraak volgde de blik. De 'uhhh moeten we hier nu iets mee?' blik. Na een gezamenlijke lachbui besloten we dat in Chiang Mai een gezamenlijke kamer in een guesthouse geen probleem zou zijn maar dat het netjes handjes boven de dekens en geen gerommel in de marge zou worden, en vreemd genoeg voelde ik daar een soort van opluchting bij. Dergelijke verwikkelingen zouden mij afleiden van de reden waarom ik hier was, en dat zou niet ok zijn. Toen we er later in een openhartig gesprek samen op terugkeken onder het genot van een paar (lees : teveel) Mojito's kwamen we tot de conclusie dat het zowel doodzonde zou zijn geweest als het wel tot gerommel in de marge gekomen was als dat het een doodzonde was dat het uiteindelijk niet tot dat eerder genoemde gerommel in de marge gekomen was. Waarna er nog één keer de blik opdook en tussen ons in zinderde, maar verder dan een zoen en eindeloze knuffel is het nooit gekomen. Eén doodzonde is immers al meer dan genoeg, waarom nog een tweede begaan en daarmee die eerste ook nog zinloos maken?

Dus het was samen met haar dat ik een paar dagen later in de trein richting Chiang Mai stapte, een reis van meer dan elf uur. En terwijl Thailand in al haar glorie aan ons voorbij glipte en iedere meter mij dichterbij het volgende avontuur bracht merkte ik plots dat er iets veranderd was. Ik voelde mij minder bedrukt, ik genoot van de groeiende band tussen mij en Anne en de energie leek langzaam maar zeker in mij terug te keren. Hier begon ik ook aan de papieren versie van 'dagboek van een reiziger' in een poging om mijn bespiegelingen , ervaringen en emoties te vangen en ze in woorden terug te geven aan de wereld. Dat ben jij, als je dit leest. Ik merkte dat ik door mijn schrijven ook meer in een beschouwende geestestoestand terechtkwam die voor de verandering eens niet als een verdoving maar als een verrijking voelde. Mijn emoties gierden bij tijd en wijle door mijn lichaam, maar het was ok. Ze waren er,en ze zouden ook weer vanzelf gaan. Ik vond een afleiding-maar-ook-weer-niet in het boek 'het lucifer effect' van Philip Zimbardo , een boek over het Stanford Prison Experiment. Voor de mensen die te lui zijn om op een linkje te klikken :

In een nagebootste gevangenis kregen ‘normale' studenten willekeurig de rol van bewaker of van gevangene toebedeeld. Hoewel het de bedoeling was het experiment twee weken lang te laten duren, moest het na zes dagen worden afgebroken omdat de studenten geen onderscheid meer konden maken tussen spel en werkelijkheid. Twee gevangen waren na een zenuwinzinking afgevoerd, een gevangene was in hongerstaking, een lag non-stop te schreeuwen in de isoleercel, de overigen gaven afgestompt en apathisch gehoor aan de bevelen van de bewakers te marcheren, zich op te drukken en seksuele spelletjes te doen.

Zimbardo voelde zich schuldig dat hij niet eerder had ingegrepen en kon decennia lang geen boek over dit onderwerp schrijven. Pas toen hij in 2006 getuigendeskundige was bij het Abu Ghraib-proces voor een Amerikaanse soldaat die beschuldigd werd van martelpraktijken realiseerde hij het belang van zijn onderzoek. Zimbardo wist maar al te goed dat dit geen individuele uitwassen waren maar gewone mensen die zich door de groepsdynamiek lieten verleiden.

Op een vreemde manier sloot het boek aan bij mijn eigen persoonlijke worsteling. Om enigszins een idee te geven van waar ik het over heb , hier is zijn TedTalk . Als je 23 minuten van je tijd kan missen : niet twijfelen maar klikken :)

De nachttrein naar Chiang Mai is een beleving op zich. Je reist hemelsbreed 500 kilometer per spoor, maar het klimaat en de omgeving verschillen volstrekt van elkaar. Terwijl de avond langzaam maar zeker overging in een pikdonkere nacht werden onze gemakkelijke banken door een bereidwillige conducteur omgebouwd tot wat ik niet anders kan omschrijven dan een behoorlijk aangenaam bed. Ik lag wederom wakker die nacht, peinzend over de keuzes en toevalligheden die in dat moment en op die specifieke plek hadden doen belanden. Thailand was het perfecte land voor mijn queeste naar innerlijke rust, zoveel was mij inmiddels wel duidelijk geworden. De Thai zijn een ontspannen, positief gestemd maar trots volk. Een open boek maar zonder inhoudsopgave of register, zodat hun gewoontes en eigenaardigheden in eerste instantie verborgen blijven achter je eigen vooroordelen. In Bangkok ben ik een aantal keren echt woest geworden nadat ik voor de zoveelste keer door een ontzettend vriendelijke (en gehaaide..) local afgezet was, maar uiteindelijk ben ik het gaan begrijpen. Het vermogen om een rol te spelen en daar voordeel uit te behalen zit diep verankerd in de Thaise volksaard, net als de eeuwige glimlach met tientallen genuanceerde betekenissen. Beide zijn volstrekt vreemd voor iemand die uit een 'fake plastic smile' cultuur zoals wij hier in Europa kennen afkomstig is. En daar lag dus de eigenlijke bron van mijn frustratie : de Thai glimlachen zó volledig en naturel dat ik volstrekt voor de bijl ging, iedere keer opnieuw. En dat voor iemand die trots is op zijn vermogen om mensen 'te lezen' , Thailand was in dat opzicht een les in nederigheid..

De stations werden zo halverwege de reis steeds kleiner, ik heb er tijdens die nachtelijke reis voorbij zien komen die uit niets anders dan een bordje naast het spoor bestonden. Tegelijkertijd zag ik hoe het landschap veranderde, van relatief vlakke en gecultureelde gebieden tot aan rotsachtige heuvels met oerwoudbegroeiing. Het laatste stuk naar Chiang Mai gaat door wat eigenlijk de uitlopers van de Himalaya zijn, maar dat verhoudt zich ongeveer tot elkaar als de sint Pietersberg bij Maastricht tot aan de Pyrineeen op de Frans/Spaanse grens. Anne bleek ook niet te kunnen slapen, dus ik kroop bij haar op het bed waarna we in een fluisterend gesprek over relaties en 'het leven' spraken. Het was een bevlogen gesprek waarbij we volledig open en eerlijk met elkaar van gedachten wisselden en ervaringen vergeleken, met af en toe een verlegen glimlachje of schaterlach tussendoor. Het ging over Vroeger, over NU en over Ooit. De uren vlogen voorbij in wat minuten leken, en uiteindelijk lagen we samen tegen elkaar aan naar de opvlammende kleuren van een prachtige zonsopgang te staren terwijl we over het spoor richting het noorden raasden.

Toen de trein eindelijk stopte en we samen op het station van Chiang Mai met vermoeide ogen tegen het felle zonlicht stonden te knipperen voelde ik ergens diep verborgen onder mijn gebruikelijke laag van wantrouwen het eerste echte glimpje van vertrouwen op een goede afloop van mijn reis. Dat voelde ietwat onwennig..

 

 

Dagboek van een reiziger : Dharma Bums onderweg naar Ayutthaya

 

I see a vision of a great rucksack revolution thousands or even millions of young Americans wandering around with rucksacks, going up to mountains to pray, making children laugh and old men glad, making young girls happy and old girls happier, all of 'em Zen Lunatics who go about writing poems that happen to appear in their heads for no reason and also by being kind and also by strange unexpected acts keep giving visions of eternal freedom to everybody and to all living creatures ...
~Jack Kerouac, The Dharma Bums

 

Uit mijn notities :

 

Weer een item voor de bucketlist : in de 3e klasse met de trein van Bangkok naar Ayutthaya reizen. In tegenstelling tot de tuktuk ride in Bangkok kan je deze beter als eerste doen want het kon wel eens langer duren dan gedacht. Op een reis van 1u meer dan 3u vertraging oplopen is een prestatie op zich.

(..)

Wat een verademing, hier zijn de mensen echt veel relaxter dan in Bangkok. Ben nu al 48u hier en er is nog niemand die mij afgezet heeft! (of eh..het is zo subtiel dat ik het niet eens door heb). Het historische deel van Ayutthaya is echt indrukwekkend, ik heb nu pas écht het gevoel in Thailand te zijn. De schaal van verwoesting die ik vandaag met eigen ogen gezien heb is echt ongekend. Niet te bevatten. Duizenden beelden, allemaal onthoofd. Paleizen en tempels die nagenoeg met de grond gelijk zijn gemaakt. En dan de Thai die er ogenschijnlijk onaangedaan en vrolijk glimlachend naast doorlopen. Bizar.

Daar zit je dan op het centrale station van Bangkok in de smorende hitte van bijna 40 graden celcius te kijken naar een niet aflatende stroom van Thai, afgewisseld met een incidentele buitenlander. Altijd is er even die korte blik en die wetende glimlach. De glimlach van de globetrotter, de rugzak reiziger die zich volledig overgeeft aan een vreemd land waar hij de taal niet spreekt en hij (zij) zich overgeleverd weet aan zijn eigen vindingrijkheid en de behulpzaamheid van anderen. De wetende blik van een ander die zelf aan de lijve heeft ervaren hoe het is, die ervaring waar je honderden, misschien wel duizenden woorden aan kan wijden zonder dat je de essentie ooit gaat weten over te brengen. Eén van mijn grote voorbeelden als schrijver (Terry Pratchett) schreef daar ooit eens over  : "Let me put forward another suggestion : That you are nothing more than a lucky species of Ape that is trying to understand the complexities of creation via a language that evolved in order to tell one another where the ripe fruit was?"

Maar daar zit je dan. Voor je staat een trein al meer dan een uur te wachten, en voor de derde keer loop je naar een vriendelijk glimlachende en ogenschijnlijk meer dan bereidwillige Thai af om te vragen of dit de trein is die je moet hebben ; gelouterd en wijzer door je eerdere ervaringen in Bangkok knoop je eerst een gesprek aan in stonecoal english ;-) om vervolgens de prangende vraag te stellen : 'Is this the train to Ayutthaya?' Een snelle blik opzij, gevolgd door een onzekere glimlach. Kut nee, niet wéér! Ik houd van de Thai, echt waar. Maar de nuchtere Westerling in mij kan het echt niet hebben dat bijna niemand het simpele woordje 'no' of 'don't know' uit lijkt te willen spreken. Voor de verandering besluit ik eens vasthoudend te zijn : "Who can I ask?" De man lijkt bijna opgelucht en zwaait vrolijk naar een oude bejaarde die aan het uiteinde van het perron in de verte zit te staren. 'You ask him! He know!' En zuchtend pak ik mijn backpack weer op en loop naar de oude man toe, laat mijn (handgeschreven én gestempelde!) treinkaartje zien, wijs naar de trein en stel opnieuw mijn brandende vraag. 'This train to Ayutthaya?' De man neemt mij eens geduldig op, pakt mijn kaartje vast om dit een paar minuten uitgebreid te bestuderen, kijkt nog eens naar de trein en naar mij om dan met een brede glimlach : 'yes' te antwoorden ; ogenschijnlijk dolblij dat hij mij van dienst heeft kunnen zijn. Ik besluit om mijn geluk op de proef te stellen en wijs op de stationsklok , dan naar mijn kaartje en als laatste naar de trein : 'What time?' De glimlach wordt nóg breder en een gelukzalig gevoel maakt zich van mij meester. Jawel, deze man heeft het antwoord op ál mijn vragen! Een hoestbui volgt, waarna de krasse oude knar een peuk opdiept uit zijn verfomfaaide overhemd, die aansteekt en er nog eens goed voor gaat zitten. 'Soon' is dan zijn alomvattende antwoord. Ik hijs mijn backpack op mijn rug, bedank de oude man met de traditionele Thaise groet en slof weer terug naar het perron.

Weer een uur later zit ik met op een ietwat ongemakkelijk harde houten bank ingeklemd tussen een aantal Thai door het geopende (want : glasloze) raam naar buiten te staren terwijl de trein zich al steunend en krakend voorzichtig in beweging zet. Mijn dromen van een Orient Express achtig reis zijn op dat punt al ruw aan diggelen gegaan door de levende have (kippen) en smakkende mensen om mij heen. Terwijl ik mij die van binnen zit af te vragen of ik misschien toch niet beter 2e of zelfs 1e klas had kunnen reizen passeert er plots een vrolijk beschilderd treinstel, de vrouw naast mij tikt mij vrolijk lachend (dat zal op dit punt geen verwondering bij mijn lezers meer oproepen) op mijn schouder en begint (naar ik aanneem) enthousiast verhaal over de herkomst en het doel van de 'library train' zoals dez wagons heten in het Thais tegen mij af te steken. Ik reageer door breeduit te glimlachen en vrolijk 'yes! yes!!' te roepen terwijl ik nog even snel een foto schiet met de camera van mijn telefoon, dit tot groot plezier van de vrouw die om de één of andere reden ontzettend blij en trots is met het feit dat ik deze foto neem. Al snel raakt ze in gesprek met de andere Thai om mij heen terwijl ik de dopjes van mijn Mp3speler in mijn oren plug en mijn Lonely Planet nog maar eens uit mijn tas trek. Een uurtje reistijd, en dan mijn Guesthouse in Ayutthaya maar eens zien te vinden..

 (Later begreep ik pas waarom de vrouw zo trots was, lees hier meer over de achtergrond en het doel van de Library train in Bangkok)

Een aantal uren (vier om precies te zijn) later vind ik mijzelf terug bij het station van Ayutthaya, waar ik -uiteraard- meteen aangeschoten wordt door een overdreven vriendelijke TukTuk driver die wil weten waar ik naar toe ga. Gelouterd door mijn ervaringen in Bangkok -ten onrechte zou later blijken- wijs ik hem vriendelijk af, hijs mijn backpack op mijn schouders en sla rechts af. Om vervolgens (jazeker, ik en mijn legendarische gevoel voor richting) na een kwartier tot de ontdekking te komen dat ik toch écht wel de verkeerde kant op aan het sjokken was en dus weer net zo vrolijk terug te lopen ; dit maal wél in de juiste richting. Wederom langs de verzameling Tuktuk's waar de Thai mij tot hun grote vrolijkheid al zwetend weer langs zagen komen, en al hoofdschuddend en hardop lachend keken ze mij na terwijl ik met een licht rood hoofd doorstapte op weg naar mijn Guesthouse.

Eerlijk is eerlijk, tijdens mijn wandeling die zich over een kilometer of vijf uitstrekte begon ik mij langzamerhand wel te realiseren waarom de Thai een hekel hebben aan lopen. Dat is in de eerste plaats een cultureel iets (alleen de allerarmsten kunnen zich geen Tuktuk of scootertaxi veroorloven) , maar het is er ook gewoon TE FUCKING HEET. Ik heb al aardig wat afgewandeld in de laatste jaren, maar Thailand is wel het land waar mijn lijf daarvoor de zwaarste tol te betalen had. Niemand loopt in Thailand, tenzij er echt geen enkele andere optie is, en mijn gewoonte om zoveel mogelijk te voet te doen heeft mij heel wat verbaasde blikken en goedmoedige spot van de lokale bevolking opgeleverd. In hun ogen moet het ook wel heel erg vreemd zijn, zo'n ogenschijnlijk rijke westerling (immers : genoeg geld om vanuit Nederland naar Thailand te vliegen en er een maand te blijven) die vervolgens als ware hij een arme sloeber vrolijk lopend de omgeving doorkruist. Uiteindelijk heb ik mijn pogingen om uit te leggen dat ik gewoonweg graag loop om de omgeving te verkennen maar opgegeven (deze waren immer toch gericht aan dovemansoren) en wees ik op mijn licht uitpuilende buik om aan te geven dat ik graag af wilde vallen. Dat leken ze tenminste nog enigszins te begrijpen :-)

En na die vijf kilometer wandeling wachte mij dan toch eindelijk mijn eigen oase in de hete bakoven van Ayutthaya : Baan Eve. Ik werd er opgewacht door een vrouw van middelbare leeftijd die na één blik op mijn bezwete en inmiddels vuurrode gezicht mij een literfles koud water toeschoof en mij dringend adviseerde om even te gaan zitten en tot rust te komen. Dankbaar voor dit rustmoment nam ik plaats achter één van de houten tafels in het centrale deel van de Guesthouse en nam mijn omgeving eens goed in mij op, ondertussen genietend van de verfrissing die het ijskoude drinkwater te bieden had. Baan Eve ligt ongeveer aan de rand van het eiland, in een rustige (doodlopende) dwarsstraar van wat je met een beetje goede wil de ringweg op de rand van het eiland zou kunnen noemen. Het centrale deel waar ik mij bevond bleek een ecologisch gebouwde boomhut van twee verdiepingen met op de onderste verdieping een aantal grote, eenvoudige houten eettafels en banken en op de bovenverdieping een aantal hangmatten en zitplekken. Toen de vloedgolf aan zweet en mijn hartslag eenmaal tot acceptabele proporties gedaald waren liep ik op mijn gemak eens richting receptie, waar dezelfde vriendelijke vrouw die mij opgevangen had mij resoluut weer terug verwees naar mijn zitplaats. 'You stay, I will come' . Met een brede glimlach schuifelde ik weer terug, Dit was een typische Thaise  'mama' , ogenschijnlijk zeer onderdanig en vriendelijk maar daaronder ontzettend resoluut en bijna dwingend in haar vriendelijkheid en gastvrijheid.

Na de formaliteiten van het inchecken en inspecteren van mijn kamer (en een overheerlijke douche!) besloot ik dat het tijd was om de vermoeidheid van mijn treinreis en de daaropvolgende wandeling even van mij af te laten glijden en vond mijzelf na een half uurtje heerlijk doezelen terug in de volgende positie :

 

En het was precies op dit moment dat ik voor het eerst alle stress van thuis en mijn reis naar het verre Oosten achter mij voelde liggen en kon genieten van het feit dat ik dan toch, eindelijk, in het échte Thailand was. En het was heerlijk. Alle twijfel die ik tot op dat punt gevoeld had verdween als de spreekwoordelijke sneeuw voor de zon, zeker toen ik later diezelfde dag de weerberichten uit Nederland zag. Mijn god, -3  ; sneeuw en hagel. En daar lig je dan, 38 graden en een strakblauwe lucht - en een vieze grijns op je gezicht.

 

Pages

Powered by Drupal

Theme by Danetsoft and Danang Probo Sayekti inspired by Maksimer